En wat daarna?

José Mizzotti, montfortaans missionaris in Peru, raakte in zijn thuisland Italië besmet door het coronavirus. De verplichte quarantaine dwong hem tot nietsdoen. Pater José nam de tijd om na te denken over wat er na de ‘coronatijd’ komt. Een hoopvol toekomstbeeld dat we graag delen met u.


Een klein beestje, zo klein dat het niet met het oog zichtbaar is, een virus van ‘ietske van niks’, is erin geslaagd om deze wereld te doen stilvallen. Een wereld die dol draaide en op zelfvernietiging dreigde af te stevenen, terwijl niemand de noodschakelaar vond om de machine uit te zetten … O ironie! Maar nu worden we ineens gedwongen om halt te houden. Om niets te doen.

En wat zal er daarna gebeuren? Wanneer gaat de wereld zijn goede ritme terugvinden? Wanneer zal dat gemene virus overwonnen zijn? En minstens even belangrijk: hoe zal ons leven er daarna uitzien?

Daarna?

Wanneer we daarna herinneringen ophalen aan wat we doorgemaakt hebben tijdens deze lange afzondering, zullen we ervoor kiezen om één dag in de week te stoppen met werken. Want we zullen ontdekt hebben hoe aangenaam het is om een halte in te bouwen. We zullen kiezen voor een lange dag om te genieten van de tijd die we hebben en van de mensen die ons omringen. En die dag zullen we ‘zondag’ noemen.

Daarna?

Diegenen onder ons die onder hetzelfde dak wonen, zullen minstens drie avonden in de week spelen, praten en zorg dragen voor elkaar. Maar we zullen ook eens bellen naar grootouders aan de andere kant van de stad of naar neven en nichten die wat verderaf wonen. En dat zullen we ‘familie’ noemen.

Daarna?

We zullen in de grondwet laten inschrijven dat we niet alles kunnen kopen, dat we onderscheid moeten maken tussen behoeften en plotse grillen, tussen verlangen en hebzucht. We zullen ook weer weten dat een boom tijd nodig heeft om te groeien en dat het zó goed is. We beseffen nu opnieuw beter dat de mens nooit almachtig is geweest en het ook nooit zal zijn. We botsen op onze grenzen en leren dat kwetsbaarheid eigen is aan het fundament van mens-zijn en dat dit een zegen is. Want deze kwetsbaarheid is voorwaarde om te kunnen liefhebben. En dat alles gaan we ‘wijsheid’ noemen.

Daarna?

We zullen elke dag applaudisseren, niet alleen voor het medisch personeel om 12 uur, maar ook voor de vuilnisophalers om 6 uur, de postbodes om 7 uur, de bakkers om 8 uur, de buschauffeurs om 9 uur, de poetsvrouwen om 10 uur, enzovoort. Ja, ik heb de mensen van de regering aangeschreven, want tijdens deze lange reis door de woestijn hebben we de betekenis van de openbare diensten teruggevonden. We hebben ook opnieuw gezien wat het belang is van toewijding en het algemeen welzijn. We waarderen al diegenen die op de een of andere manier ten dienste staan van hun naaste. En dat zullen we ‘dankbaarheid’ noemen.

Daarna?

We zullen ervoor kiezen om niet zenuwachtig te worden in de wachtrijen bij de winkels en profiteren van dat moment om te praten met mensen zoals wij, terwijl we op onze beurt wachten. Want we zullen opnieuw ontdekt hebben dat de tijd ons niet toebehoort, dat diegene die ons die tijd aangeboden heeft ons daarvoor niet heeft doen betalen, en dat ‘time is money’ niet zomaar klopt. De tijd is een cadeau dat je krijgt en elke minuut is een geschenk om van te genieten. En dat noemen we dan ‘geduld’.

Daarna?

We zouden ervoor kunnen kiezen om alle whatsappgroepen die tijdens deze test ontstaan zijn tussen buren om te vormen tot echte groepen, met gedeelde maaltijden, met nieuws dat uitgewisseld wordt en wederzijdse hulp bij het winkelen of om de kinderen naar school te brengen. En dat zullen we ‘samenhorigheid’ noemen.

Daarna?

We zullen lachen wanneer we eraan terugdenken hoe we slaaf waren geworden van de financiële machine die we zelf hadden uitgevonden, deze tirannieke macht die het humane leven versmachtte en onze planeet heeft geplunderd. We zullen de mens dus centraal stellen, want geen enkel leven verdient het om opgeofferd te worden in naam van een systeem, welk het ook is. En dit zullen we ‘gerechtigheid’ noemen.

Daarna?

We zullen ons herinneren dat dit virus tussen ons overgedragen is zonder onderscheid naar huidskleur, cultuur, sociale klasse of religie. Eenvoudig omdat we mensen zijn. Daaruit zullen we geleerd hebben dat als we het ergste kunnen doorgeven, we ook het beste kunnen overbrengen. Gewoon omdat we mensen zijn. En dat zullen we ‘mensheid’ noemen.

Daarna?

In onze huizen, in onze families, zullen er vele lege stoelen staan en we zullen wenen om hen die deze toekomst niet meer zullen zien. Maar wat we hebben meegemaakt, zal zo pijnlijk en intens tegelijk geweest zijn dat we de band tussen ons, deze gemeenschap die sterker is dan de geografische afstand, ontdekt hebben. We zullen geleerd hebben dat deze verbindingen vragen om goed om te gaan met ruimte, afstand en tijd. We zullen weten dat de banden over de dood heen gaan. En die band onder ons verenigt de ene en de andere kant van de straat, maar ook deze en de andere kant van de dood, deze en de andere kant van het leven. En dan zullen we zeggen: ‘God.’

Daarna?

Het zal anders zijn dan vroeger, maar om het echt te ervaren moeten we vandaag onze realiteit doorstaan. We moeten alles wat sterven is, leren te aanvaarden. Vaak brengt psychisch lijden meer uitputting mee dan ziekte en dood. Want er is geen verrijzenis zonder lijden, er is geen leven zonder dood, geen echte vrede zonder de eigen haat overwonnen te hebben, geen vreugde zonder door verdriet te zijn gegaan. We zouden het willen kunnen zeggen in woorden, deze trage omvorming in onszelf die te midden van de beproeving ontstaat, deze zelfwording … maar daar hebben we geen woord voor.

Pater José Mizzotti, s.m.m.

Dit artikel verscheen in ons tijdschrift ‘Maria, middelares en koningin’. Interesse?

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.