Wie gaat er nu het klooster in?


Wat bezielt een jonge vrouw om alles achter te laten en kloosterzuster te worden? Die vraag heeft Rozemie Couckuyt al vaak te horen gekregen. Ze was 23 jaar toen ze intrad bij de zusters annuntiaten van Heverlee. Een gewaagde stap, maar ruim dertig jaar later is zuster Rozemie meer dan ooit overtuigd dat ze de juiste beslissing heeft genomen.

Het Heilig Hartinstituut, net buiten Leuven, is een indrukwekkend gebouwencomplex. Op het domein vind je een kleuterschool, het basis- en het middelbaar onderwijs. Tel daarbij de bewoners en bezoekers van het woon-zorgcentrum en de studenten van de hogeschool. Rozemie Couckuyt uit het West-Vlaamse Wevelgem behoorde begin jaren tachtig tot die laatste groep. ‘Ik begon in Heverlee mijn opleiding tot kleuterleidster. Helaas moest ik het eerste jaar overdoen, en dan koos ik maar voor een andere school.’

Een echt afscheid van Heverlee was het niet: ‘Op het internaat had ik een goede band met enkele zusters. We hielden contact en beetje bij beetje raakte ik geboeid door de manier waarop ze in het leven stonden. Wat me vooral opviel, was dat ze woorden omzetten in daden. De zusters die ik leerde kennen, zetten zich dagelijks in voor zieken, armen en kinderen. Wat een verschil met de godsdienstlessen die ik me uit mijn kindertijd herinnerde! Daar leek het soms alsof de Blijde Boodschap ophield wanneer de bel ging …’

NET ALS EEN HUWELIJK

Een artikel in het parochieblad, alweer enkele jaren later. ‘Wie een zuster annuntiate ziet, zou Maria moeten zien, levend in onze tijd’, stond er. Dat zinnetje bleef nazinderen bij Rozemie, die intussen als kleuterjuf werkte in West-Vlaanderen. ‘Niet veel daarna, in 1987, heb ik de stap gezet om in te treden’, blikt ze terug. ‘Thuis stonden ze achter mijn keuze, en dat heeft me zeker geholpen. Sommige mensen in mijn omgeving reageerden ook wel bezorgd: in het klooster gaan, staat voor veel mensen synoniem met dingen achterlaten. Maar als je een gezin hebt, moet je toch ook voortdurend keuzes maken?’

En net zoals in een huwelijk verloopt het kloosterleven met ups en downs. ‘Ik ben geen robot. Gehoorzaam zijn aan een overste, ook als die je niet ligt, is soms moeilijk. Rond mijn veertigste begon ik te twijfelen aan mijn roeping. Ze stuurden me op bedevaart naar Israël, ook al had ik er niet veel zin in. Dankzij pater Fabry maakte ik tijdens die reis kennis met de spiritualiteit van Montfort. Zijn levensverhaal trof me, want ook
hij heeft altijd de daad bij het woord gevoegd. Montfort preekte niet alleen over armenzorg, maar stak ook de handen uit de mouwen.’

MARIA ALS DRIJFVEER

Net zoals in de montfortaanse spiritualiteit krijgt Maria een centrale plek in het doen en denken van de annuntiaten van Heverlee. ‘Dienstbaar zijn zoals Maria blijft voor mij de grote drijfveer’, zegt zuster Rozemie, die na haar intrede in de congregatie aan de slag kon in het Heilig Hartinstituut. Ze kwam terecht in de kleuterschool, waar ze tot vandaag gymjuf is. Daarnaast steekt ze meer dan een handje toe in het rusthuis dat zich op de campus bevindt.

‘Als mensen me erop wijzen dat ik als zuster veel moet loslaten, antwoord ik oprecht dat ik met de kleuters omga alsof het mijn eigen kinderen waren. Voor mij en de andere zusters is dat onze manier om ons aan Maria te spiegelen, door ons heel concreet voor mensen in te zetten. Ook al worden de meeste medezusters een dagje ouder.’

KLEINE GARNAALTJES

Zuster Rozemie raakt een onderwerp aan dat in een gesprek over kloosterroepingen haast vanzelf aan bod komt: de vergrijzing van de kloostergemeenschappen in ons land. Bijna wekelijks worden kloosters in Vlaanderen en Wallonië opgedoekt: de laatste zusters verhuizen naar een woon-zorgcentrum, de gebouwen worden verkocht. De zusters annuntiaten zijn in België met pakweg zeventig; het aantal ‘jongeren’ – zoals in:
jonger dan zestig – is op één hand te tellen. ‘Met hoeveel zijn jullie hier nog?’ Het is een vraag die veel paters, broeders en zusters vertrouwd in de oren klinkt.

‘Toen ik intrad, was de daling al ingezet’, zegt Rozemie. ‘Ik heb dus al veel congregaties zien krimpen, kloosters zien sluiten … Natuurlijk laat dat me niet onbewogen. Bij ons valt het nog meer op omdat het domein in normale tijden dagelijks overspoeld wordt door enkele duizenden kinderen en jongeren. Als zusters lijken we slechts kleine garnaaltjes in zo’n massa mensen.’

GOLFBEWEGING

Wat volgens zuster Rozemie mee het dalende aantal roepingen verklaart, is het gebrek aan raakpunten. Onlangs verscheen in Het Nieuwsblad een reportage over religieuzen in het onderwijs. Ze worden zeldzaam, stelde de krant vast. ‘Veel jongeren hebben een verkeerd beeld van hoe een leven als religieus eruitziet’, zegt Rozemie. ‘Vroeger had iedereen wel een zuster of kloosterling in de familie. Nu komen jongeren minder in contact met mensen die over hun geloof kunnen getuigen.’

Rozemie wil zichzelf zeker niet tot de laatste der Mohikanen rekenen: ‘Als er iets is wat ik heb onthouden uit het noviciaat, is het dat het religieuze leven in golven verloopt. De geschiedenis bewijst dat. Nu zitten we duidelijk in een dal, althans in België. Want het lijkt erop dat onze congregatie toekomst heeft in Congo en Burundi. Ik ben ervan overtuigd dat het religieuze leven altijd zal blijven bestaan, onder welke vorm dan ook.’

Glenn Geeraerts

Deze tekst is een artikel in het aprilnummer van ‘Maria, middelares en koningin’. Zin in meer? Ontdek ons tijdschrift hier!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.