Is Mariadevotie oubollig?

Elke maand leggen we een uitdagende geloofskwestie voor aan iemand met kennis van zaken. Deze keer willen we weten of Mariaverering nog van deze tijd is. We vragen het aan de montfortaan Nepo James Raj, die kind aan huis is in het mariale bedevaartsoord Scherpenheuvel.

Een tientje bidden, een kaars branden bij het altaar van Onze-Lieve-Vrouw of een kapelletje versieren in de meimaand: zulke uitingen van mariale devotie worden vaak meewarig bekeken. Voor sommigen is Mariaverering ‘iets van gisteren’, balancerend op de rand van bijgeloof. Pater Nepo kent ze wel, de vooroordelen waarmee bezoekers van mariale heiligdommen te maken krijgen. ‘Iemand vertelde me dat Maria op plekken zoals Scherpenheuvel en Lourdes de plaats inneemt van God’, zegt hij. ‘Ik denk te weten hoe zo’n misverstand ontstaat. Voor gewone gelovigen is God onbereikbaar en veraf. Hij is “in den hoge”, zoals we in het Sanctus zingen. Velen voelen gêne om hun zorgen aan Hem toe te vertrouwen, alsof je de koning zou aanklampen op straat. Ze hebben Maria nodig om God te kunnen benaderen. Zoals de naam van ons tijdschrift zegt: Maria is onze middelares, ze pleit voor ons bij haar Zoon.’

Moederliefde

Montfortaan Nepo James Raj: ‘De moeder en de Zoon kun je niet los van elkaar zien.’

Door te verwijzen naar de rol van Maria als bemiddelaarster tussen God en mensen, geeft pater Nepo ons indirect al een antwoord op de vraag of Mariadevotie zinvol is in onze tijd. Maar er is meer: ‘Ik zie niet alleen lachende gezichten in Scherpenheuvel. Als ik dienst doe in het priesterhuisje voor de basiliek, krijg ik ook mensen over de vloer die ten einde raad zijn. Ze hebben zware financiële problemen, voelen zich machteloos, zijn hun familie uit het oog verloren … Voor hen is Maria niet alleen de moeder van God. Ze beschouwen haar een beetje als hun eigen moeder, bij wie ze altijd hun zorgen kwijt kunnen.’

Moederliefde is het sleutelwoord, zegt pater Nepo: ‘Ik kom uit India, een sterk patriarchale maatschappij. In onze cultuur tonen mannen niet gauw hun gevoelens. Mijn vader hechtte in mijn kindertijd veel belang aan regeltjes; voor een knuffel en een gesprek kon ik bij mijn moeder terecht. Mijn ouders zien me allebei even graag, maar tonen hun liefde op een verschillende manier. Zo is het ook met Mariaverering. Mensen willen uiting geven aan hun liefde voor God, en bij velen verloopt die zoektocht heel vaak via de uitgestoken hand van moeder Maria.’

Meer dan rituelen

We bekijken allerhande maatschappelijke fenomenen door een rationele bril. Dat verklaart volgens pater Nepo de argwanende houding van velen, ook in de Kerk, ten overstaan van volksgeloof en Mariadevotie in het bijzonder. ‘Mensen willen alles wat ze zien en ervaren, ook begrijpen. Daar is niets mis mee. Maar het geloof is nu eenmaal niet volledig beredeneerbaar. Je kunt God niet vangen zoals een vogel en Hem in een kooitje houden.’

‘Wie de uiterlijke kant van de volksdevotie als bijgeloof afdoet, gaat aan de essentie voorbij’, zegt pater Nepo. ‘Of je nu te voet op bedevaart gaat of een kaars brandt bij een beeldje van Maria, die
rituelen maken deel uit van een groter geheel. Als een jonge vrouw naar Scherpenheuvel komt en er een kaars aansteekt voor haar zieke ouders, doet ze eigenlijk veel meer. Ze laat zien dat ze op God vertrouwt, dat ze Hem liefheeft of Hem bij voorbaat dankbaar is. Montfort zei het vier eeuwen
geleden al: om Jezus te kennen, moeten we naar Maria gaan. Die jonge vrouw in de kaarsenkapel zegt eigenlijk hetzelfde, zonder woorden maar met enkele kleine gebaren.’

Pater Nepo zegent twee fietsers in Scherpenheuvel

Doorleefd geloof

De komende jaren zullen veel kerken in België een andere bestemming krijgen. Zover zal het met de bedevaartsoorden niet komen, zegt pater Nepo: ‘In de jaren zestig lieten sommige pastoors, die het Concilie niet goed begrepen hadden, de Mariabeelden weghalen uit de kerk. Mariaprocessies werden afgeschaft. Toch bleven gelovigen massaal bedevaartsoorden opzoeken. De wederzijdse liefde tussen Maria en het volk is groter dan we denken.’

‘Of er plaats blijft voor Maria in onze samenleving, hangt vooral af van de plaats die we aan Jezus toekennen. De moeder en de Zoon kun je niet los van elkaar zien. Dat veel parochies het moeilijk hebben, kan niemand ontkennen. Toch zie ik in België jonge priesters opstaan die op een doorleefde manier getuigen van Jezus. Dat is van levensbelang, want als mensen het gevoel hebben dat de eucharistieviering “gespeeld” is, blijven ze weg.’

Als zondagspastoor in Hoegaarden brengt pater Nepo geregeld de communie bij de zieken van de
parochie. ‘Uiteraard neem ik dan tijd voor een gesprekje, maar ik merk vaak schroom bij mensen. Dat is begrijpelijk, want wat er op je lever ligt, is soms moeilijk te verwoorden. Het gaat om dingen
die vaak zo pijnlijk zijn dat je ze aan niemand durft toe te vertrouwen, ook niet aan een priester.

Dat mensen hun hart wél uitstorten bij Maria, toont aan hoe sterk hun geloof is. Het toont ook aan dat Mariadevotie zeker niet oubollig is, maar net een grote relevantie heeft.’

Louis Defives

Deze tekst is een artikel in het juli-augustusnummer van ‘Maria, middelares en koningin’. Zin in meer? Ontdek ons tijdschrift hier!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.