Aardappelen schillen met God

Geen tijd, geen zin, geen inspiratie: er is altijd wel een excuus om niet te bidden. Moet je echt een halve monnik zijn om dagelijks aandacht te besteden aan je gebedsleven?

In een van zijn brieven spoort de apostel Paulus de christenen van Tessalonica aan om te bidden zonder ophouden (1 Tess 5, 17). Dat lijkt op het eerste gezicht een onmogelijke opdracht. Hoe zouden de Tessalonicenzen gereageerd hebben toen ze Paulus’ bericht te lezen kregen? We weten dat de eerste christenen in Tessalonica het zwaar te verduren hadden. De talrijke Joden in de stad zagen hen als een bedreiging. De spanningen waren zó groot dat Paulus, die er kwam preken voor de jonge christengemeente, op de loop moest gaan.

Laten we ervan uitgaan dat onze situatie vandaag een pak comfortabeler is dan die van de eerste christenen in wat toen het Romeinse rijk was, nu tweeduizend jaar geleden. Ze werden vijandig bekeken door andere geloofsgemeenschappen en waren met vervolging bedreigd. Zelfs samen bidden kon in zo’n context als een daad van rebellie worden beschouwd. Wat dan te denken van Paulus’ oproep om onophoudelijk te bidden?

GEEN GEBEDSMACHINES

De meeste lezers zullen nu opwerpen dat ‘altijd bidden’ niet haalbaar is. Zeker niet als je tot de ‘actieve bevolking’ hoort – een job hebben, voor de opvoeding van de kinderen instaan, ervoor zorgen dat het huishouden niet vierkant draait. Maar ook wie niet werkt of al een tijdje met pensioen is, heeft vaak een goed gevulde agenda. Op maandag vergadert het bestuur van de seniorenclub, op woensdagmiddag komen de kleinkinderen, vrijdag is er de wekelijkse fietsuitstap en tussendoor steken ze als vrijwilliger een handje toe in het rusthuis.

Is onophoudelijk bidden dan voorbehouden aan monniken, die je zelfs in het holst van de nacht kunt aantreffen in de kapel, God lovend en dankend? Maar kloosterlingen zijn geen ‘gebedsmachines’: ook zij nemen de tijd om samen te eten of een spannend boek te lezen. Ze steken de handen uit de mouwen in de moestuin, controleren de kwaliteit van het trappistenbier (dat lijkt me een leuke job!) of helpen in de kaasmakerij. En iemand van de broeders moet toch de aardappelen schillen?

Als we nu eens al onze activiteiten beschouwen als gebeden?

EEN HEILIG OGENBLIK

Als je denkt dat je niet kunt bidden en werken tegelijk, zit je op een dwaalspoor, zegt de Amerikaanse theoloog Peter Kreeft. In een zopas vertaald boekje van zijn hand, dat in het Nederlands de titel Bidden voor beginners (Betsaïda, 2022) kreeg, stelt hij een mooie oefening voor: als we nu eens al onze activiteiten beschouwen als gebeden? Het volstaat, zo schrijft hij, dat we het motief van ons werk veranderen – waarom doen we wat we doen? En die vraag brengt ons weer bij de broeder van hierboven, die aardappelen zit te schillen in de kloosterkeuken. Kreeft zegt het zo: ‘We schillen de aardappelen niet meer omdat we ze willen eten, maar omdat we van God houden, de God die wil dat we nú bezig zijn met het schillen van de aardappelen.’

Dit artikel is een fragment uit een langere tekst in het oktobernummer van ‘Maria, middelares en koningin’. Wil je het hele artikel lezen? Klik dan hier en ontdek hoe je een abonnement op ons tijdschrift kunt nemen!

Glenn Geeraerts

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.