Een bekend Bijbelverhaal is dat van de blinde bedelaar die bij Jezus komt en weer kan zien (Mc 10, 46-52). Ook elders in het Evangelie ervaren mensen Jezus’ genezende kracht. Zulke verhalen geven hoop, maar ze maken ook opstandig. Want al staat de medische wetenschap niet stil, toch moeten dokters ook in onze tijd geregeld slecht nieuws brengen aan patiënten en hun naasten.
Glenn Geeraerts, redacteur
In Jericho gaat het gerucht dat Jezus van Nazaret op komst is. De verwachtingen zijn hooggespannen, want er wordt veel goeds verteld over Hem. Sommigen zeggen dat Hij duivels uitdrijft en mensen van hun kwalen afhelpt. In Betsaïda, zo wordt gezegd, kon een blinde man weer zien nadat Jezus hem de handen oplegde. Dat verhaal klinkt als muziek in de oren van Bartimeüs. Hij is zelf blind is en door zijn handicap tot een bestaan als bedelaar veroordeeld. Stel dat die Jezus ook mij kan genezen, denkt hij. Er zou een nieuwe wereld voor me opengaan!
Jezus wordt bij zijn doortocht in Jericho omringd door honderden mensen. Onmogelijk voor Bartimeüs om op te vallen in die menigte. Maar hij wacht het juiste moment af en begint dan te schreeuwen: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ De omstanders proberen hem het zwijgen op te leggen. Wat denkt die bedelaar wel? Dat hij verdorie z’n mond houdt!
De omstanders proberen Bartimeüs het zwijgen op te leggen: wat denkt die bedelaar wel!
Toch is Jezus niet doof voor zijn geschreeuw. En dan slaat de stemming om. Diezelfde omstanders spreken de blinde Bartimeüs moed in. Overtuigd springt hij op en beent naar Jezus, die hem vraagt: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ Het antwoord volgt snel: ‘Rabboeni, zorg dat ik kan zien.’ In tegenstelling tot wat de menigte verwacht, gebruikt Jezus geen toverformule om de blinde van zijn aandoening te verlossen. Evenmin komt er een bezwerend ritueel aan te pas. Nee, slechts één zin volstaat om hem te doen zien: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’
‘Alles komt goed’
Het gesprek tussen Jezus en Bartimeüs duurt niet lang. Ze wisselen een paar woorden uit en dan verlaat Hij met zijn leerlingen de stad. Maar in die paar minuten is er iets ongelooflijks gebeurd. De blinde is genezen! Meer nog: was Bartimeüs door zijn oogkwaal een verschoppeling, iemand waar je liever in een grote boog omheen liep, nu wordt hij opgenomen in de menigte. Hij is niet langer alleen.
De evangelist beschrijft heel symbolisch hij Bartimeüs zijn mantel afgooit en naar Jezus gaat. Alsof hij met die ouwe mantel ook zijn verleden laat voor wat het is. Verderop klinkt het dat hij Jezus volgt op zijn weg. Tijd voor een nieuw leven met de Heer! De boodschap van dit verhaal lijkt helder: vertrouw op God en alles komt goed. Je moet er wél moeite voor doen. Kijk maar naar Bartimeüs, die niet bij de pakken blijft zitten maar opstaat.
een moeilijk te verteren verhaal voor wie ongeneeslijk ziek is
Wie dagelijks in de weer is voor iemand die ernstig ziek is, schudt misschien het hoofd bij deze woorden. Wat dan met de vrouw die net te horen heeft gekregen dat ze geen zes maanden meer heeft te leven? Wat met de jongeman die na een zwaar auto-ongeval op sterven ligt? Wie op zo’n moment de kamer binnenloopt en de troostende woorden ‘alles komt goed’ uitspreekt, wordt net niet neergebliksemd …
Blijft God onbewogen?
Nee, de genezingsverhalen in de Bijbel wekken vaak boosheid op. Zeker bij wie van nabij te maken krijgt met een levensbedreigende ziekte. Toen onlangs de moeder van een oude kennis overleed na een lang ziekbed, was haar dochter niet alleen verdrietig, maar ook heel bitter. Dat uitgerekend háár moedertje, die geen enkele zondagsmis oversloeg en dagelijks de rozenkrans bad, op het einde van haar leven zoveel pijn had moeten doorstaan. En dan volgden de woorden die ik had kunnen voorspellen: ‘Als God bestaat, waarom laat Hij zoiets dan toe? Zeg me dat eens!’
Waarom grijpt God niet in, als Hij dan toch almachtig is?
Het geloof in een straffende God, die ziekten en onheil uitdeelt, zijn we gelukkig allang kwijt. Maar het beeld van een God die onbewogen blijft bij oorlogen, ziekte en al het andere leed dat de wereld teistert, is bijzonder hardnekkig. Waarom grijpt Hij niet in, als Hij dan toch almachtig is?
Mijn oude kennis, rouwend om haar overleden moeder, voelde zich verlaten door God. Doet dat geen belletje rinkelen? ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten!’ Het zijn de laatste woorden van Jezus in het Marcusevangelie (Mc 15, 34). Net voordat Hij zijn laatste adem uitblaast, schreeuwt Hij zijn onmacht uit. Hij is ter dood veroordeeld, zijn beste vrienden hebben hem achtergelaten, enkele soldaten hebben om zijn kleren gedobbeld … En waar is zijn almachtige Vader?
Het lege graf
We weten wat er na Goede Vrijdag gebeurd is. Drie dagen nadat Jezus op een gruwelijke manier aan zijn einde was gekomen, kwamen de vrouwen bij een leeg graf. De verrijzenis van Jezus is geen fabeltje, maar een van de pijlers van ons geloof. God, onze Vader, laat niemand alleen. Ook niet in tijden van onheil of ziekte. Hij deelde in het lijden van Jezus in de Hof van Olijven, maar ook bij zijn laatste tocht door de straten van Jeruzalem, en ten slotte op het kruis. Heeft Hij zijn Zoon dan niet opgewekt uit de doden, zoals we in het Credo bidden?
Zoals God zijn Zoon nooit in de steek heeft gelaten, zo laat Hij ook de terminaal zieke vrouw en de stervende jongeman niet in de steek. Hij heeft compassie met hen, met ons allemaal, want het doet een vader pijn wanneer hij zijn kinderen ziet lijden. Ook wij zullen eens verrijzen met Jezus. Dat hopen en geloven wij.

