Op Roepingenzondag vraagt de Kerk ons om te bidden voor roepingen. Spontaan denken we dan aan priesters, diakens en religieuzen. Een veel minder bekende geloofsweg is die van de gewijde maagden. Deze zogenaamde ‘bruiden van Christus’ stellen zich ten dienste van de Kerk vanuit hun eigen charisma. Ze wonen niet in een klooster maar zijn lerares, verpleegkundige of … apothekeres, zoals Katherine Stubbe uit Kortrijk.
Glenn Geeraerts, redacteur
Vóór we aan ons gesprek kunnen beginnen, gaat Katherine zoals elke avond de poort van de Lourdesgrot bij haar in de buurt sluiten. Dat klusje toont meteen dat dienstbaarheid – een van de pijlers van de maagdenwijding – niet altijd met grote gebaren gepaard hoeft te gaan. ‘Dienst aan de gemeenschap kun je op verschillende manier vormgeven, ook in je job’, zegt ze daarover. ‘In mijn parochie was ik jarenlang verantwoordelijk voor de acolietenwerking en bereidde mee het vormsel voor. Ook als apothekeres wil ik er zijn voor de mensen. Een klant die vraagt om gebed, of iemand die nood heeft aan een gesprek: niet meteen wat je verwacht in een apotheek, maar voor mij maakt het deel uit van mijn beroep.’
Een klant die vraagt om gebed: niet meteen wat je verwacht in een apotheek, maar voor mij maakt het deel uit van mijn beroep.’
Het dagelijkse leven van een godgewijde veronderstelt aandacht voor het sacrament van de verzoening, geregeld biechten dus, en een goed ontwikkeld gebedsleven. Katherine slaat zelden de dagelijkse eucharistieviering over – ‘een dag zonder voelt vreemd aan’ – en bidt het morgen- en avondgebed van de Kerk. In het weekend gaat ze vaak naar de abdij van Westvleteren. ‘Soms krijg ik de vraag of ik elke dag naar de mis “moet” gaan. Ik beschouw het helemaal niet als een verplichting. Ik vergelijk het godgewijde leven met een huwelijk: als je iemand doodgraag ziet, dan wil je toch zoveel mogelijk bij hem of haar zijn? Datzelfde geldt ook voor mij.’
‘ROEP VOORAL MIJ NIET!’
We draaien de klok even terug. Katherine Stubbe groeide op in een katholiek gezin in het West-Vlaamse Ingelmunster. ‘Op zondag ging ik met ma en pa naar de kerk, en ook als puber bleef ik dat doen. Toen ik in Brussel op kot ging, vond ik vlakbij een kapel waar ik tot rust kwam en in de examentijd weleens een kaarsje brandde. Voor mijn tweede studie koos ik aarzelend voor de VUB, de vrijzinnige universiteit. Zou dit een impact hebben op mijn geloof? Jazeker, maar niet zoals ik vreesde. Ik leerde er mijn geloof onder woorden te brengen, waardoor het kon verdiepen en verinnigen.’
zoals hier in haar apotheek in Ingelmunster
Haar roeping vond Katherine dichter bij huis: ‘Als student belandde ik bij de Sint-Michielsbeweging in Kortrijk, waar ik op zaterdagavond de eucharistieviering bijwoonde. Wat me aansprak als jongere? Ik kon er leeftijdsgenoten ontmoeten die net als ik katholiek waren. We konden gewoon jong zijn en zonder probleem ook het geloof ter sprake brengen. We werden niet als “abnormaal” beschouwd, zeg maar. Op het einde van de eucharistieviering werd toen steevast een gebed voor roepingen gelezen. Eén zin trof me in het bijzonder: “Roep jonge mensen tot uw dienst opdat zij in uw spoor de weg van zelfvergeten liefde gaan.” Ik dacht: roep er maar veel, maar laat mij met rust. Blijkbaar werd ik daar al geroepen, maar was ik het me niet bewust.’
EEN VERLOREN AVOND
Niet dat Gods roepstem wegdeemsterde. Integendeel: hij ging almaar luider klinken. ‘Ik zat in mijn laatste jaar aan de universiteit’, zegt Katherine. ‘Ik ging dagelijks naar de mis, kocht een missaaltje en vond een zusterklooster waar ik het morgengebed en de eucharistie kon bijwonen. ’s Avonds sloot ik aan bij de beweging. Toch had ik het gevoel dat Hij méér van me vroeg. Wat na mijn studie? Mijn levenspad leek me bijna vanzelfsprekend: trouwen en de apotheek van mijn ouders voortzetten.’
Ik voelde dat Hij me vroeg: “Katherine, waarom loop je weg van Mij?”
Dat was zonder Hem gerekend. Hij lokte Katherine naar een roepingenavond in Kortrijk. ‘Een verloren avond’, was haar indruk achteraf. ‘Het gebed was een rommeltje, ik zat met mijn gedachten bij mijn stage die ik moest afronden … De ochtend nadien heb ik mijn roeping ervaren. Ik voelde dat Hij me vroeg: “Katherine, waarom loop je weg van Mij?” Daar, op dat moment, heb ik “ja” gezegd. Al wist ik niet welke weg ik dan precies zou moeten kiezen. Een leven als religieuze? Ik vond het niet fair ten opzichte van mijn ouders: ik had van hen de kans gekregen om tien jaar te studeren, en dan zou ik plots vertellen dat ik het klooster zou ingaan?’
IN DE WERELD
Katherine zocht een manier om haar roeping gestalte te geven zonder dat ze zichzelf daarvoor moest terugtrekken uit de wereld. Voor een leven als kloosterzuster of moniale leek ze niet in de wieg gelegd. Iemand vertelde haar over het bestaan van gewijde maagden: ‘Celibaat, gebed en eucharistie, dienstbaarheid aan de gemeenschap: eigenlijk leid ik zo’n leven nu al, besefte ik. Voor mijn ouders was dat een moeilijke keuze, ook al was er van intreden in een klooster dus nooit sprake. Nu versta ik hun reactie, zij zagen elkaar doodgraag en wensten me ook zo’n menselijke liefde toe. Ik koos ook voor de liefde, maar dan de God die liefde is.’
Voor mijn ouders was het een moeilijke keuze, ook al was er nooit sprake van in het klooster te gaan.
Pas tien jaar na die ochtend waarop ze haar roeping ervoer, begon ze aan de opleiding die aan de maagdenwijding voorafgaat. Op zondag 4 september 2016 was het dan zover. Geen toevallige datum, zo besefte Katherine achteraf: ‘Nadien schoot me te binnen dat het de huwelijksverjaardag van mijn intussen overleden ouders was. Zij hebben destijds hun jawoord gegeven voor God; ik mocht nu die liefde teruggeven aan Hem. Ook de beweging waar ik mijn roeping had ontdekt, Sint-Michiel in Kortrijk, had als startdatum 4 september.’
Intussen zijn we bijna tien jaar later. Haar roeping blijft Katherine dagelijks uitdiepen, in de apotheek, maar ook thuis bij haar persoonlijke gebed, in de parochie en bij de vierende zondagsgemeenschap in Westvleteren. Nu en dan ontmoeten de godgewijde vrouwen – ze zijn intussen met elf in het bisdom Brugge – elkaar. ‘Ik voel me gedragen door Christus’, zegt Katherine. ‘Soms krijg ik knipoogjes van Hem, alsof Hij me wil zeggen: “Ik ben nog altijd met jou op weg!” Ik ben ervan overtuigd dat Hij mij – dat Hij ons, mensen – doodgraag ziet.’
