Site icoon Mariaal Centrum

Het mooiste geschenk ooit

Wanneer men je vraagt naar je geboortedatum, hoef je niet lang na te denken. Maar herinner je je de datum waarop je gedoopt werd? In zijn biografie Hoop, die niet lang voor zijn overlijden verscheen, riep paus Franciscus op om ook die verjaardag niet te vergeten. Hij noemde zijn doopsel zelfs het mooiste geschenk dat hij ooit mocht ontvangen.

door Leo PALM, rector van het heiligdom in Banneux

Wanneer de Maagd der Armen op 18 januari 1933 teken doet aan Mariette Beco dat ze naar de bron moet komen, vraagt ze het meisje om de handen in het water te steken. Mariette gehoorzaamt gedwee, niet wetend wat de bedoeling juist is. Op 11 februari dompelt ze haar handen opnieuw in het water en maakt een kruisteken: in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Nu snapt ze waar het over gaat. Ze herdenkt haar doop, net zoals wij dat doen telkens als we een kerk of kapel binnenstappen. We maken een kruisje met wijwater als herinnering aan die grote dag waarop we kind van God zijn geworden.

Vóór de verschijningen in Banneux staat het geloofsleven van de kleine Mariette op een laag pitje. Ze gaat niet meer naar de kerk of de catechismus, en ze heeft zelfs besloten haar eerste communie niet te zullen doen. Het bezoek van de ‘Mooie Dame’ – zoals ze Maria noemt – doet het vuur in haar hart weer oplaaien. Ze bidt, volgt catechese en loopt zelfs vooruit op haar eerste communie. Op zondag 12 februari gaat ze biechten en ontvangt Jezus in de hostie.

Een buitengewone belofte

De kersttijd eindigt met het feest van de Doop van de Heer. Bij die gelegenheid stelde paus Franciscus de volgende vraag: ‘Wat is het mooiste cadeau dat je ooit hebt gekregen?’ Voor de paus zelf is het een uitgemaakte zaak: zijn doopsel is in zijn ogen het geschenk dat alle andere overstijgt. Het is hem zó dierbaar dat hij het als een verjaardag viert. Want op die dag is hij kind van God geworden en werd Jezus zijn tochtgenoot.

Oosters-orthodoxe voorstelling van het doopsel van Jezus in de Jordaan

Jezus heeft ons een buitengewone belofte gedaan: ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ Hij kon die belofte doen omdat Hij de Verrezene is. Tijdens de dooprite staat de paaskaars symbool voor de verrezen Christus. De doopkaars wordt aangestoken aan de vlam van de grote paaskaars. De woorden waarmee dit ritueel gepaard gaat, hebben me altijd geraakt: ‘Ontvang het licht van Christus. Dierbare ouders, peter en meter, uw taak is het dit licht brandend te houden. Dan zal uw kind, dat door Christus verlicht is, door het leven gaan als kind van het Licht. Trouw aan het geloof, zal het bij de komst van de Heer Hem tegemoet gaan met alle heiligen en een plaats vinden in Gods eeuwige woning.’

Een mooie geste, die de naasten wijst op hun verantwoordelijkheid en engagement ten aanzien van de dopeling. Uiteraard komt er een moment waarop die gedoopte het stokje overneemt en zélf verantwoordelijk wordt voor zijn geloofsleven.

Het kruisteken

De Kerk reikt ons heel eenvoudige middelen aan die ons helpen om de genade van onze doop niet uit het oog te verliezen. Vaak gaat het om kleine rituelen of gebaren die ouders kunnen stellen en die navolging kunnen krijgen bij de kinderen.

Ik ben opgegroeid in een gezin met vijf kinderen. Mijn grootmoeder en een tante woonden bij ons. Het gezinsleven speelde zich gelijkvloers af; onze slaapkamers lagen op de verdieping. Beneden aan de trap had mama een wijwatervaatje opgehangen. Ze waakte er nauwgezet over dat het water niet opraakte. Tijdens de paaswake zegende de pastoor een grote hoeveelheid water. De misdienaartjes gingen ermee van deur tot deur in het dorp. Zat je zonder, dan kon je terecht in de kerk waar een mooie kruik met een kraantje stond …

Moeder had ons aangeleerd om ’s morgens, als we naar beneden kwamen, een kruisje te maken. ’s Avonds, voor het slapengaan, deden we hetzelfde. Ook bij het binnengaan en het verlaten van de parochiekerk maakten we een kruisje. Uiteraard wordt zo’n ritueeltje, als je niet oplet, een automatisme: je doet het vlug-vlug, zonder erbij na te denken, zoals zo veel dagelijkse handelingen. Wil je niet in routine vervallen, dan helpt het om even halt te houden en een gebedje te richten tot de Heer: ‘Vader, ik ben uw kind. Dank U! Ik vertrouw U deze dag toe. Help me om als kind van het Licht door het leven te gaan.’

Het doopsel, een initiatiesacrament bij uitstek (foto: Unsplash)

Levenslang leren

Om christen te zijn, volstaat het niet dat je naam in het parochieregister is opgenomen. Christen ben je niet alleen op papier, maar ook in het dagelijks leven. Niet alleen op zondagochtend, maar op elk moment van de dag. Niet alleen in de kerk, maar overal waar je bent. Christus stuurde de apostelen de wereld in met de volgende woorden: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb’ (Mt 28, 19-20). Vaak vergeten we dat laatste stukje: leren leven volgens de twee grote geboden, namelijk de liefde voor God en de liefde voor onze naaste. Een leerproces dat ons leven lang zal duren!

Door de genade van het doopsel maak ik deel uit van de grote familie die God als Vader heeft. Dankzij mijn doopsel kan ik steunen op Jezus als een grote broer die over mij waakt. Dankzij mijn doopsel heb ik deel aan de Geest van familie en liefde. We hebben onze christelijke familie nodig, zodat de genade van het doopsel zich kan ontplooien: ‘Ze wijdden zich trouw aan het onderricht dat de apostelen gaven, aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed’ (Hnd 2, 42). De gemeenschap is de plek waar het leven van de christen gedijt!

Mobiele versie afsluiten