Site icoon Mariaal Centrum

‘Eigenlijk zijn de cadeautjes bijzaak’

Sinterklaas heeft het razend druk in de aanloop naar 6 december. Na verschillende mails, telefoontjes en WhatsApp-berichten is onze redacteur er toch in geslaagd om een interview met de goedheiligman te regelen. Voor de Sint was het gesprek een uitgelezen moment om enkele misverstanden uit te klaren: ‘Ik ben géén Spanjaard, ik hou eigenlijk niet van reizen per boot en de cadeautjes zijn niet het belangrijkste op mijn feestdag.’

De zenuwen stonden strak gespannen toen we aan het vraaggesprek met Sinterklaas begonnen. Het liep al mis bij de begroeting: hoe spreek je een heilige aan? Kun je de officiële titulatuur achterwege laten als je de kindervriend interviewt, of vraagt zijn hoge leeftijd net om de nodige reverences? Dat de Sint een beetje humeurig was, stelde ons ook niet echt op ons gemak.

‘Het is nochtans simpel, jongeman. Ik ben bisschop van Myra en in die hoedanigheid word ik aangesproken met Monseigneur. Of Zijne Hoogwaardige Excellentie Monseigneur als je het graag formeel houdt. Zeg gerust Sinterklaas. Zo kennen de mensen me het best.’

De heilige Nicolaas van Myra: een biografie vol misverstanden

‘Ach ja, al gaat het om het zoveelste misverstand. Het zit zo: eeuwenlang hebben ongehuwde mannen en vrouwen mijn hulp ingeroepen om aan een partner te geraken. Dat komt door een voorval uit mijn jeugd. In mijn buurt woonde er een arme man die drie dochters had. Hij kon ze niet uithuwelijken, want dan zou hij drie keer een bruidsschat moeten voorleggen aan de ouders van de bruidegom. Dat geld had hij niet, dus was prostitutie de enige uitkomst voor zijn dochters. Nou, dat vond ik te ver gaan. Thuis zaten we er warmpjes in, dus ben ik op een avond naar het huis van die arme man getrokken met een zak vol gouden munten. Die heb ik uitgestrooid door het venster. En dat heb ik drie avonden achtereen gedaan.’

Ik strooide gouden munten door het venster om die meisjes van de prostitutie te redden

‘Mettertijd werd ik overstelpt met smeekbeden van wanhopige vrijgezellen. In mijn eentje werd ik zowat een relatiebureau avant la lettre. Omstreeks 6 december werden zelfs prentbriefkaarten met mijn naam op verstuurd, in de hoop een huwelijkspartner te vinden. En als mensen me “goedheiligman” noemen, hoor je daar nog altijd “goedhuwelijksman” in. Nu goed, sinds enkele jaren heeft mijn confrater Valentijn dat werk overgenomen en daar ben ik blij om. Begin december heb ik trouwens werk genoeg.’

‘Lief kind, ook dat is een misverstand. In Spanje ben ik het niet die geschenkjes uitdeelt, maar zetten kinderen hun schoen met Driekoningen. Kijk, mijn vader had Griekse roots en zelf ben ik opgegroeid in de streek van Antalya, bekend bij veel Vlaamse vakantiegangers. Ik ben jaren bisschop geweest van Myra, toen een flinke stad in het Romeinse Rijk en nu een klein dorpje in Turkije. Ze noemen me ook Nikolaas van Bari, een stad in Italië waar ik weliswaar nooit voet heb gezet maar waar een basiliek te mijner ere werd gebouwd. Met Spanje heb ik dus weinig te maken.

Ik was er helemaal niet happig op om me per schip te verplaatsen

Dat kinderen spontaan aan Spanje denken als ze mijn naam horen, is te danken aan een Nederlandse onderwijzer. Die brave man kwam op het idee om een kinderboekje te schrijven over mij! Ik heb tijdens het lezen moeten schuddebuiken van het lachen. Die meneer noemde mij “bisschop van Spanje”, stel je voor! Ook de fameuze stoomboot komt trouwens uit zijn koker. Ik was helemaal niet happig om me per schip te verplaatsen – ik geef de voorkeur aan m’n trouwe schimmel in plaats van zo’n vervuilend transportmiddel – maar op de duur verwacht groot en klein dat je elk jaar toeterend toekomt in de haven.’

De Sint geeft de voorkeur aan reizen per paard,
maar de traditie wil dat hij per stoomboot arriveert

‘Ik had het er gisteren nog over met Zwarte Piet. Sommige tradities zijn echt wel eeuwenoud. Denk maar aan de kinderen die op de avond van 5 december hun schoen klaarzetten. In de middeleeuwen was het de gewoonte dat arme mensen op die dag een schoen achterlieten in de kerk. Bemiddelde burgers stopten er dan wat lekkers in. Na een tijdje zijn die schoenen verhuisd naar de woonkamer en werden ze bij de schoorsteen gezet. Bij onze nachtelijke pakjestocht treffen we nog zelden lege schoenen aan: er zit een wortel in voor het paard, een briefje voor mij … Voor Piet staat er een streekbiertje klaar. Vroeger vond ik weleens een sigaar, maar dat is nog zelden het geval. Ach, al dat nachtelijke jakkeren van schoorsteen naar schoorsteen kruipt niet in je koude kleren. Laat het duidelijk zijn: het over de daken rijden is géén fabeltje. Mijn rug weet er alles van.’

Vroeger zetten arme mensen hun schoen in de kerk

‘Ik wil toch even vermelden dat 6 december op de liturgische kalender van de Belgische bisschoppen een “vrije gedachtenis” is en geen feest. Toegegeven, dat wringt wel een beetje. Maar om op je vraag te antwoorden: de pretlichtjes in de ogen van de kinderen, daar doe ik het om, zo is dat. Al vraag ik me af: zijn die bergen speelgoed en handenvol snoepjes datgene waar het écht om draait? Wat mij betreft zijn de pakjes bijzaak. Ik geniet er meer van als pap en mam hun kinderen helpen om me een brief te schrijven. Het uitkijken naar de komst van de Sint is zeker zo waardevol als de cadeautjes zelf. En als je me nu wilt excuseren, jongmens, ik heb nog een hoop werk te doen. Vergeet je niet om een sigaar in je schoen te stoppen? Twee mag ook.’

Opgetekend door Glenn Geeraerts

Mobiele versie afsluiten