Als ‘christen-zijn’ betekent dat je, net zoals Jezus, mannen en vrouwen opzoekt die in de marginaliteit leven, is ’t Vlot een christelijke organisatie bij uitstek. Sinds 2002 vinden dak- en thuislozen de weg naar de ‘huiskamer’ in hartje Antwerpen. Moeder Maria is trouwens nooit ver weg bij straatbewoners, zo vertelt coördinator Niek Everts ons.
Opgetekend door Glenn Geeraerts, redacteur
Piotr, 59 jaar, gestorven in een tentje vlak bij de Antwerpse Ring. Bevriende daklozen noemden hem ‘het lieveheersbeestje’ vanwege de rode jas die hij altijd droeg. Jaro, 57 jaar, levenloos aangetroffen in een havendok. Een man met een kunstenaarsziel. Uit een afgedankte biljartkeu had hij een Lieve-Vrouwebeeld gesneden dat hij als wandelstok gebruikte.
Elk jaar worden in Antwerpen de straatdoden herdacht. Het afgelopen jaar werden 49 namen aan de lijst toegevoegd. Een record. Het zijn mannen en vrouwen die hun bestaan vinden in de marge. Mensen die overdag door de straten dolen en de nacht doorbrengen in portieken, bushokjes of op een klam stuk karton in een winkelstraat. We lopen er het liefst in een wijde boog omheen, zeker als ze verward zijn, dronken of onder invloed van drugs. Uitgerekend voor hen willen de vrijwilligers van ’t Vlot er nu al bijna een kwarteeuw zijn.
Schoenen met gaten
‘Er zijn, daar komt het inderdaad op neer’, zegt Niek Everts. Als pastoraal werkster is ze al van bij het begin betrokken bij ’t Vlot. Twee middagen per week wordt de Heilig Hartkerk, vlak bij het beruchte De Coninckplein, de ‘huiskamer’ van de Antwerpse straatbewoners. Vrijwilligers zorgen voor soep, brood en koffie. Telkens vinden zestig tot honderd mensen, van wie velen dak- en thuisloos zijn, de weg naar de kerk.
Straatbewoners komen op verhaal bij een kom soep
‘De soep wordt gesmaakt, maar belangrijker is dat mensen op verhaal kunnen komen’, legt Niek uit. ‘Het blijft voor onze vrijwilligers een hele uitdaging om niet-oordelend te luisteren. Om er te zijn, zonder meer. We hebben van nature de neiging om onze mening te verkondigen, om goede raad te geven aan anderen. Niet doen, dus.’
Niek geeft het voorbeeld van de Griekse professor die een tijdlang een vertrouwd gezicht was voor de Antwerpenaren. ‘Die man leefde op straat en had gaten in zijn schoenen. Heel de stad heeft geprobeerd om hem nieuwe schoenen te geven, maar dat weigerde hij. Voor hem waren die schoenen niet “kapot”, maar zaten er gewoon gaten in.’
‘Mensen zijn nooit alleen’
Uitvaarten zijn een andere belangrijke pijler van de werking. Het waren druggebruikers die het probleem voor het eerst aankaartten: ze willen afscheid kunnen nemen van hun vrienden, maar zijn niet altijd welkom. Families zien liever geen verslaafden of daklozen opduiken tijdens de begrafenis, of ze verkiezen om andere redenen een afscheid in intieme kring.
Ook daklozen willen afscheid kunnen nemen
Als het gerucht gaat dat een van de bezoekers gestorven is, gaat Niek na of het verhaal klopt. Daarna moet ze op zoek naar wie de overledene heeft gekend. ‘Mensen zijn nooit écht alleen’, vertelt ze. ‘Zelfs als ze jaren op hun eentje hebben geleefd, hebben ze nog contacten, al was het maar een buurvrouw of de zorgkundige die geregeld langskwam. Eenzame uitvaarten kennen we niet bij ’t Vlot.’
Bij een uitvaart komen heel wat praktische kwesties kijken, zegt Niek: ‘Wat kunnen we over de overledene vertellen? Welke muziek spelen we? Welke tekst komt op het rouwkaartje? Zal de plechtigheid plaatsvinden in de kerk, in een aula of op de begraafplaats? Of misschien in het inloopcentrum waar hij of zij soms over de vloer kwam?’
Zorg op straat
Op straat gebeurt er iets paradoxaals, merkt Niek op. ‘Ons publiek bestaat uit mensen die in extreme omstandigheden leven. Denk aan chronische verslavingen, een psychiatrische problematiek … Ze zijn schamel gehuisvest, hebben helemaal geen dak boven het hoofd of hebben achter de tralies gezeten. Vaak gaat het om een combinatie van die factoren. Het kan er dan ook heftig aan toegaan, mensen zijn bezig met overleven.’
‘Tegelijk merk ik dat ze ongelooflijk hard voor elkaar zorgen. Ze dragen elkaar. Dat zie je goed bij uitvaarten. Zoals vorig jaar, toen we afscheid namen van een Poolse man die dood was aangetroffen in het Harmoniepark. Zijn zus, net als hij dakloos en alcoholverslaafd, was niet op de uitvaart geraakt. We hebben nadien een herdenkingsdienst georganiseerd. Ze was ruim op tijd, zat te wachten op de stoep. Heel de dienst werd ze ondersteund door haar vrienden die ze vanop straat kent.’
Hunker naar geborgenheid
‘Maria woont op straat’, schreef Niek bij het afscheid van Jaro, de dakloze die de dood vond in de Antwerpse haven. Een verwijzing naar de wandelstok, bekroond met de beeltenis van de moeder en het Kind, die hij altijd bij zich droeg. ‘Ze ondersteunt hem en zijn vrienden dag en nacht. Zij dragen haar mee. Ze houden samen teder stand.’
Moederfiguren zoals Maria spelen een rol in de zoektocht naar geborgenheid
Mariadevotie associëren we niet spontaan met het ruwe leven van dak- en thuislozen. Nochtans is de moeder van Jezus van grote betekenis voor mensen in de marge, weet Niek: ‘Hoe verschillend ook hun achtergrond, ze hebben iets gemeenschappelijks: vanuit een trauma wordt hun leven een zoektocht naar geborgenheid. En dat is iets wat ze vaak hebben gemist op jonge leeftijd: ze zijn opgegroeid in instellingen, sommigen waren al ongewenst vóór hun geboorte … Ook zij hunkeren ernaar bij iemand thuis te komen. Moederfiguren zoals Maria spelen daarbij een centrale rol. Het zien van een icoon waarop de moeder van Jezus is afgebeeld, roept dat verlangen naar geborgenheid op.’
De vreugde van de ontmoeting
Een jaarlijkse traditie bij ’t Vlot is de driedaagse in Averbode. Vijftien straatbewoners en evenveel buddy’s zijn dan te gast in de Kempense witherenabdij. ‘Even traditioneel is de voettocht naar Scherpenheuvel op de laatste dag’, zegt Niek. ‘Alles wat we tijdens ons verblijf hebben beleefd, al onze verlangens, zorgen, wensen en dromen leggen we neer bij moeder Maria.’
Vooraf al wordt elke deelnemer gekoppeld aan een buddy, een vrijwilliger bij ’t Vlot die samen met hem of haar zal optrekken. Wat hebben ze van elkaar te leren? Wat hebben ze voor elkaar te betekenen? Op die vragen wordt in Averbode een antwoord gezocht.
‘Misschien is dat wel de essentie van ’t Vlot’, zegt Niek. ‘Mensen ontmoeten elkaar. Daaruit kan vertrouwen groeien, en dat kan ervoor zorgen dat wie op straat leeft, weer houvast vindt in het leven. Toen na de zomersluiting de deur van onze kerk weer openging, was iedereen blij elkaar weer terug te zien. In een wereld die alleen lijkt te bestaan uit wanhoop en onrecht, waar proberen te overleven iemands voornaamste bezigheid is, zorgt echte ontmoeting voor diepe vreugde.’

