We bidden voor en met elkaar

Gebedsnoveen oktober – bid je mee?

Onze gemeenschappelijke gebedsnoveen begint op maandag 24 oktober
en eindigt op het hoogfeest van Allerheiligen, dinsdag 1 november.
Je deelt eveneens in de eucharistieviering die dagelijks wordt opgedragen
voor alle abonnees en voor onze overledenen.
Door samen te bidden, dragen we elkaars lasten.

EEN HARDNEKKIGE WEDUWE

Een bekende parabel in het Lucasevangelie (Lc 18,
1-8) vertelt over een rechter en een weduwe. In
Jezus’ tijd hadden weduwen het niet makkelijk
en dat was ongetwijfeld ook het geval voor deze
vrouw.

Stel je voor: een arme weduwe die geen
enkele bron van inkomsten heeft. Veroordeeld tot
een eenzaam bestaan, ten prooi aan woekeraars.
Haar tegenspeler: een gewetenloze rechter die volstrekt
onverschillig staat ten aanzien van haar lot.

Tussen de weduwe en de rechter gaapt dus een
enorme kloof. Maar de arme vrouw blijft bij
hem aandringen om haar bij te staan, wat als een
sprankeltje hoop kan worden opgevat. Ze legt
het gewicht van haar wanhoop in de schaal: wat
heeft ze ook te verliezen? En hij, de verveelde
rechter, wil haar zaak er in snel tempo doorjagen,
alleen maar om van haar gezeur af te zijn.

God is niet zoals de onverschillige rechter, zegt
Jezus. Toch grijpt Hij deze parabel aan om ons
te tonen hoe belangrijk het is dat we blijven volharden
in gebed. Als zo’n onverschillige rechter
al recht verschaft aan een weduwe, hoe moet het
dan niet zijn met God, die dag en nacht met eindeloos
geduld naar ons luistert?

Blijven bidden is een blijk van geloof.
Heel ons leven zou een volgehouden gebed moeten zijn.
In de Bijbel zien we dat Jezus zich geregeld afzondert
om in alle rust tot zijn Vader te bidden. Dat ontgaat de
apostelen niet, en ze vragen Hem of Hij het ook hun kan
leren (cf. Lc 11, 1).

Als we van ons leven een onophoudelijk gebed
willen maken, doen we er goed aan Maria als
voorbeeld te nemen. Heeft ze niet haar hele leven
ten dienste gesteld van Gods heilsplan?

Aan Maria vertrouwen we onze zorgen toe, we vragen haar
tussenkomst om ons weer op het rechte pad te helpen.
In hun stervensuur bidden veel mensen niet
toevallig tot de moeder van Jezus: ‘Bid voor ons,
arme zondaars, nu en in het uur van onze dood …’

BIDDEN: NIET VAN DEZE TIJD?

Jezus vraagt ons om niet te gauw op te geven, ook
al hebben we vaak de indruk dat onze gebeden
niet verhoord worden. Laat je niet ontmoedigen!
We bidden voor Een gebed is geen schreeuw in het ijle.

Het is niet zoals de boodschap die je in een fles stopt en
vervolgens in zee werpt, in de hoop dat ze ooit
ergens zal aanspoelen. Ons wachten wordt beloond:
daar staan de beloften van Christus en de
aanwezigheid van de Heilige Geest garant voor.

Iemand vertelde me dat bidden niet meer van
deze tijd is: het duurt te lang voor je resultaat ziet,
het is dus niet efficiënt. Alles moet snel gaan: als
ik vlak voor middernacht online een pakje bestel,
zit het morgenvroeg al in de brievenbus! Het gebed
vraagt tijd en daar ontbreekt het ons aan.

Gelukkig is er Jezus om ons eraan te herinneren dat
volharden in het gebed altijd beloond wordt. In
de parabel is het de weduwe die blijft aandringen
bij de rechter opdat hij toch maar zou luisteren.
In deze parabel verklapt Jezus ons een geheim:
het doel van ons gebed is dat we volhouden in
ons geloof en dat we onze relatie met God en onze
medemensen levend houden.

Het gebed is als een ontmoeting tussen twee mensen
die elkaar graag zien: elkaar ontmoeten is van vitaal
belang om de wederzijdse liefde te voeden. Jezus beseft
dat: als zijn leerlingen broederlijk blijven samenleven
en trouw blijven aan het gebed, dan zal de
Mensenzoon bij zijn terugkeer geloof vinden op
aarde (vgl. Lc 18, 8).

Laten we volhardend blijven bidden voor en met
elkaar.

pater Ghislain Kasereka, s.m.m.