We bidden voor en met elkaar

Gebedsnoveen

Ook in het nieuwe jaar bidden we samen. Onze gebedsnoveen begint op maandag 25 januari. Ze wordt afgesloten op dinsdag 2 februari, feest van de Opdracht van de Heer (Maria Lichtmis).
Dagelijks deelt u ook in de eucharistieviering die voor alle abonnees wordt opgedragen.
Bidt u met ons mee?

Bezinning – Zout van de aarde, licht van de wereld

Vlak na de zaligsprekingen noemt Jezus de apostelen ‘het zout van de aarde’ en ‘het licht van de wereld’ (Mt 5, 13-14). Terwijl Hij in zijn toespraak op de berg inspeelde op de innerlijke gesteldheid van zijn leerlingen – ze moeten arm van geest zijn, verdriet hebben, zachtmoedig en barmhartig zijn … – wil Jezus nu dat ze zich bewust zijn van hun taak in de wereld. De apostelen mogen niet onopgemerkt blijven. Ze moeten als zout en licht zijn, zodat hun leven een getuigenis wordt.

In Jezus’ tijd werd zout in de landbouw gebruikt als meststof, om de aarde vruchtbaar te maken en rijkere oogsten te garanderen. Zout diende ook om voedsel te bewaren. Maar vooral werd het gebruikt als smaakmaker: zoutloos eten smaakt flets. Jezus vergelijkt de rol van de apostelen met die van het zout, dat gerechten op smaak brengt en ervoor zorgt dat voedsel vers blijft. Als ze verflauwen, verliezen ze hun kracht. Ze worden zouteloos en niemand ziet hen nog staan. Christus roept de leerlingen – en daar rekent Hij ook u en mij toe – op om smaak te geven aan de wereld. Om een vleugje warmte, broederlijkheid en liefde aan onze naasten te tonen.

Niet alleen is het onze taak om smaak te geven aan het leven, er wordt van ons bovendien verwacht dat we ons licht laten schijnen over de wereld – de kaars die onze ouders bij ons doopsel ontvingen, staat er symbool voor. Zonder licht baadt de wereld in duisternis. Zonder licht geen schoonheid, geen leven … Daarom spoort Jezus ons aan om onze verantwoordelijkheid op te nemen: Hij vraagt ons zonen en dochters van het licht te worden in een wereld die zo vaak in het duister is gehuld. Maar ons licht schijnt niet vanzelf. Het vlammetje brandend houden vraagt volgehouden inspanning, dag aan dag. Als het schijnsel zwakker wordt en uitdooft, kunnen we het weer laten opflakkeren dankzij het laaiend vuur dat Christus is. En voor dat stralende licht staat de paaskaars in onze kerken symbool.

Bij het begin van het nieuwe jaar heb ik één wens. Bij ons doopsel werden we opgeroepen om het zout van de aarde en het licht van de wereld te zijn. Laat die roeping onze vreugde zijn! Dat ze ons ook dit jaar helpt om dagelijks dank te zeggen voor Gods genade. Moge onze roeping ons telkens opnieuw helpen om wie op zoek zijn naar de waarheid metterdaad op het juiste spoor te brengen, zodat ze Gods aanwezigheid in hun eigen leven kunnen ontdekken. ‘Laat zo jullie licht schijnen voor de mensen,’ zegt Jezus, ‘opdat ze jullie goede werken zien en jullie Vader in de hemel verheerlijken’ (Mt 5, 16). Moge de heilige maagd Maria onze tochtgenote zijn en ons steunen bij het volbrengen van onze roeping. Laat ons niet vergeten met en voor elkaar te bidden.

Een gelukkig en vruchtbaar 2021 gewenst!

Pater Ghislain Kasereka, s.m.m.