We bidden voor en met elkaar

Gebedsnoveen in juni – bid je mee?

Onze gemeenschappelijke gebedsnoveen begint op zondag 21 juni.
Ze eindigt op maandag 29 juni, hoogfeest van de apostelen Petrus en Paulus.  
Je deelt zoals steeds in de eucharistieviering
die dagelijks wordt opgedragen voor alle abonnees
en voor onze overledenen.

In gebed verbonden +

Een veld vol tarwe … en onkruid

‘Jij bent Petrus, en op deze rots zal ik mijn Kerk bouwen’ (Mt 16, 18). Met die woorden heeft Christus zelf Simon uitverkozen onder de apostelen. Het is dezelfde Simon Petrus die Christus zal verloochenen aan de vooravond van zijn kruisdood. Daarin ligt voor ons een les die we vaak moeten overwegen: het is Gods keuze die ons maakt tot wat we zijn. En God stelt een ongelooflijk vertrouwen in ons door ons te vragen om mee te bouwen aan zijn koninkrijk. 

Het werk dat we doen is niet ons werk: het is het werk van de Heer, waarvan wij slechts de werktuigen zijn. De ‘heilige Kerk’ – zoals we op zondag zeggen in het credo – bestaat uit zondaars die ernaar verlangen heilig te worden. Ze behoren slechts tot de Kerk in zoverre dat ze zich laten transformeren door Gods genade. De Kerk is het koninkrijk in wording. Ze lijkt op een akker waar het onkruid welig opschiet tussen de tarwe.  

Droom dus niet van een ideale Kerk, een zuiver tarweveld – je zult het nergens vinden. Vergeet die perfecte, maar denkbeeldige Kerk en richt je blik op de concrete Kerk, de onze, bestuurd door Leo XIV en door de bisschopppen. 

Een schat in een aarden pot 

De inzet van Christus geldt niet alleen voor Petrus, de eerste paus, maar ook voor diens opvolgers – en voor alle gedoopten. ‘Ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken’, zegt Jezus tot Petrus, vlak voor die Hem zal verloochenen. ‘En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken’ (Lc 22, 32). In Petrus zien we hoe God handelt. Jezus geeft hem een opdracht: hij wordt verantwoordelijk voor de leerlingen en moet de eenheid onder hen garanderen. Jezus zal Petrus een nog groter vertrouwen schenken nadat die Hem heeft verloochend, maar bitter weende. 

Jezus’ manier van doen blijft onveranderd. Ook nu kiest Hij leerlingen. Ook nu zendt Hij hen uit om herders te zijn ten dienste van de eenheid tussen de christenen. Ze krijgen de opdracht het werk van de ene Herder voort te zetten. Ze hebben hun kwaliteiten … en hun beperkingen. In de woorden van Paulus: God bergt zijn schat op in een aarden pot (2 Kor 4, 7), want ons geloof moet niet op menselijke wijsheid steunen, maar op zijn kracht (vgl. 1 Kor 2, 5). Ondanks de beperkingen – en zelfs de tekortkomingen – van onze herders blijft de Heilige Geest de Kerk bezielen en kan het koninkrijk groeien. 

Jezus’ reddende blik 

‘En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen …’ Deze uitspraak is tegelijk een voorspelling en een belofte. Ze voorspelt de zwakheid van Simon Petrus, die tot drie keer zal zeggen dat hij Jezus niet kent. Tot zijn scha en schande moet hij ondervinden dat het hem niet lukt om de Kerk van de Heer op te bouwen en te leiden, althans niet op eigen kracht. Een boodschap die ook voor alle opvolgers van Petrus geldt. 

‘De Heer draaide zich om en keek Petrus aan’, schrijft Lucas (Lc 22, 61). Jezus’ blik zorgt ervoor dat de apostel een transformatie ondergaat. Die blik wordt het heil van Petrus: hij ‘ging naar buiten en huilde bitter’ (62). We willen telkens opnieuw de reddende blik van Jezus afsmeken: voor al wie verantwoordelijkheid draagt in de Kerk, voor al wie lijdt onder de verwarring van onze tijd. Heer, kijk ons altijd opnieuw aan, richt ons weer op wanneer we struikelen in het leven, en we zullen U volgen. 

Moge de heilige Petrus ons helpen om Christus beter te leren kennen. Moge hij ons helpen om anderen de weg naar Christus te laten ontdekken. Moge de Heer ons geloof en onze hoop in Hem versterken. Laten we altijd voor en met elkaar bidden. 

pater Ghislain Kasereka, montfortaan