Wij bidden voor en met elkaar

Deze rubriek staat maandelijks in ons tijdschrift ‘Maria, Middelares en Koningin’. De bedoeling hiervan is om elkaar in gebed te ondersteunen, om je zo als lezers met elkaar verbonden te voelen. Aan het begin van elke maand, na het verschijnen van het tijdschrift, wordt deze pagina vernieuwd.


WIJ ZIJN GEKOMEN OM HEM TE HULDIGEN
(Ex 17, 8-17)

‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Want wij hebben zijn ster zien opkomen en wij zijn gekomen om om Hem te huldigen’ (Mt. 2, 2). Met deze woorden maken de magiërs, die uit verre landen komen, het motief van hun pelgrimstocht bekend: hulde brengen aan de nieuwgeboren vorst.

In tegenstelling tot Lucas besteedt de evangelist Matteüs weinig aandacht aan de geboorte van Jezus. Wat hij wél doet, is ons uitleggen wat Jezus’ geboorte nu eigenlijk betekent. Matteüs voert daartoe de magiërs op. Hij stelt ons twee tegengestelde houdingen voor die in de loop van het Matteüsevangelie steeds weer opduiken: afwijzing en ontvankelijkheid. Enerzijds valt de afwijzende houding van de politieke en religieuze leiders in Jezus’ tijd op. De machthebbers – koning Herodes op kop – zijn bang en ongerust. Als ze Jezus’ geboorte vernemen, blijven ze in Jeruzalem. Zodra de magiërs uit het zicht zijn, probeert men het kind te doden.

De ontvankelijke houding van de Wijzen uit het oosten contrasteert met de afwijzing door Herodes en de zijnen. De magiërs kennen de Messias niet. Ze zijn niet voorbereid op zijn komst. Toch zijn het uitgerekend deze vreemdelingen die op pad gaan om Hem te zoeken. Ze zijn niet bang, verre van: als ze de ster zien, worden ze ‘met buitengewoon grote vreugde vervuld’ (Mt 2, 10). De magiërs staan symbool voor de gelovige mens, de mens die naar God verlangt.

‘Want wij hebben zijn ster gezien …’ Gods woord is als een schitterende ster waarbij de vaak schimmige woorden van de mensen verbleken. Zijn woord biedt ons de luister van de goddelijke waarheid. Het is goed dat we ons laten leiden door die ster, dat we haar volgen op onze levensweg. Ze behoedt ons voor de duisternis. Het licht dat Christus over ons laat schijnen, straalt ook af op onze medemens. Zo kunnen we zelf als een ster zijn voor anderen.

De magiërs zijn niet uit nieuwsgierigheid naar Betlehem gekomen. De geschenken die ze bij zich hadden, zijn bijzaak. Ze willen hulde brengen aan het kind. Elke zondag zoeken ook wij, in het spoor van de Wijzen, Jezus op. We gaan niet naar de kerk om een boeiend schouwspel bij te wonen. We doen dat om Hem eer te betonen, om dank te zeggen, om naar zijn woord te luisteren en door de communie deelachtig te worden aan zijn lichaam en bloed.

Na hun bezoek aan Betlehem, zo schrijft Matteüs, gingen de Wijzen ‘langs een andere weg naar hun land terug’ (Mt 2, 12). En dat geldt ook voor ons: tijdens de mis worden we uitgenodigd om op een andere manier te denken. Onze ontmoeting met Christus laat ons telkens nieuwe, nog onbekende wegen ontdekken. Worden ook wij zoals de Wijzen uit het oosten, pelgrims op weg naar de eeuwigheid, op zoek naar God, dromend van een nieuwe wereld? Kom, we gaan op weg! We volgen de ster, schenken onszelf en al wat we hebben aan onze reisgenoten. We houden halt, buigen onze knie en zoeken een andere weg.

Laten we, samen met Maria, voor en met elkaar bidden, zodat zij ons verlangen kan versterken om Hem te vinden.

Pater Ghislain Kasereka, s.m.m.