Wij bidden voor en met elkaar

Deze rubriek staat maandelijks in ons tijdschrift ‘Maria, Middelares en Koningin’. De bedoeling hiervan is om elkaar in gebed te ondersteunen, om je zo als lezers met elkaar verbonden te voelen. Aan het begin van elke maand, na het verschijnen van het tijdschrift, wordt deze pagina vernieuwd.


Abraham bemiddelt voor Sodom en Gomorra

In het boek Genesis neemt Abraham een bemiddelaarsrol op tussen de steden Sodom en Gomorra aan de ene en God aan de andere kant. De vader van alle gelovigen, zoals hij in het Oude Testament wordt genoemd, houdt ons een lovenswaardig gebed voor. Het potje kookt over bij de inwoners van Sodom en Gomorra. Beide steden dreigen ten onder te gaan en de roep om een goddelijke tussenkomst klinkt almaar luider. En wat doet de vader van Isaak? Hij richt een smeekgebed tot God (Gen 18, 22-33).

Abraham is de uitverkorene van God, gekozen om heel de wereld te laten delen in Gods zegen (Gen 12, 1-3). God wil hem dan ook niet in het ongewisse laten over wat Hij van plan is. Hij brengt Abraham op de hoogte van de ernst van de situatie in Sodom en Gomorra, steden die gebukt gaan onder zonde en wreedheid (Gen 18, 17-21). De onhoudbare toestand laat Abraham niet onverschillig. Hij werpt zich op als advocaat voor beide steden. Door voor Sodom en Gomorra ten beste te spreken, door te bidden voor de mannen en vrouwen wie een zware straf boven het hoofd hangt, stelt Abraham zich open voor de noden van de wereld. Hij brengt een heilsboodschap en biedt zo een antwoord op de zonde die het leven van de mensen is binnengedrongen.
Abraham toont zich een sterke onderhandelaar. Hij zegt tot God: ‘Wilt U werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen? Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult U die dan verdelgen? Zult U de stad geen vergiffenis schenken omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen? Zoiets kunt U toch niet doen: de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven! Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners; dat kunt U toch niet doen! Zal Hij, die de hele aarde oordeelt, geen recht doen?’ (vv. 23-25) In deze moedige woorden klinkt Abrahams geloof in de genade van God.

Abraham blijft ‘afdingen’

Verlossing voor de onschuldige inwoners van Sodom volstaat niet voor Abraham. Hij pleit voor de hele stad en doet daarvoor een beroep op Gods rechtvaardigheidsgevoel. Stel dat er vijftig goede mensen wonen in Sodom, valt er dan echt niet te onderhandelen? Abraham gelooft in Gods gerechtigheid, die altijd het goede nastreeft en het ook mogelijk maakt. Want God vergeeft, waardoor de zondaar zich bekeert en gered wordt. Met zijn smeekbede heeft Abraham een goddelijke interventie uitgelokt die rekening houdt met de onschuldigen – de ‘rechtvaardigen’ in het Bijbelverhaal – en tegelijk vergiffenis schenkt aan de zondaars. En dat is precies waar het hem om te doen is in zijn dialoog met God: een einde maken
aan de carrousel van zonde waarin de mensen gevangen zitten. Abraham blijft ‘afdingen’: zou God Sodom ook straffen als er maar veertig rechtvaardigen te vinden zijn? Dertig? Twintig? Tien? (vv. 29-32) De Heer luistert vol geduld naar Abrahams smeekbede. Hoe kleiner het getal van de rechtvaardigen, des te groter en zichtbaarder wordt Gods barmhartigheid.
In het boek Genesis zet Abraham ons op weg om vol vertrouwen voor en met elkaar te bidden. De maagd Maria, die net als alle andere moeders het beste wil voor haar kinderen, moge voor ons bemiddelen, opdat ook wij in ons dagelijks gebed zouden verlangen naar de verlossing van de hele mensheid. Laat ons dat verlangen blijvend aan de Heer toevertrouwen.

Bidden we voor en met elkaar.

Pater Ghislain Kasereka, s.m.m.

Intenties                                  

Voor een goede verstandhouding tussen twee zussen – Met ons gaat het niet goed, mijn man verliest het geheugen en ik kan bijna niet meer gaan. Ik bid tot Maria, wil zo goed zijn mee te bidden met mij – Voor mijn zorgbehoevende vader – Voor een goede verstandhouding tussen mijn dochter en haar schoonmoeder – Opdat vaders gezondheid stabiel mag blijven en opdat we hem thuis kunnen blijven verzorgen – Opdat schoondochter beter zou kunnen praten – Voor mijn intenties – Om een betere verstandhouding tussen moeder, dochter en kleindochter – Opdat de gezondheid van mijn dochter mag verbeteren – Voor een jong gezin met kinderen, om nieuwe moed na een woningbrand en om de vele zorgen te dragen – Voor een gezin met een jongere met beperking, om moed en doorzettingsvermogen om de zorgen die dagelijks op hun weg komen aan te kunnen – Om hulp en bijstand bij echtscheiding.

Voor onze overledenen

AARSELE: dhr. Julien Sucaet – ARDOOIE: dhr. Rafael Dejonghe – BEIGEM: E.H. Jan Wuyts – HEMIKSEM: mevr. Maria Verlinden Van Camp – HERENTHOUT: mevr. Maria ‘Mit’ Bruynseels-Van Leemputte – KACHTEM: dhr. Daniël Tandt – KANEGEM: dhr. Paul De Marrez – MOELINGEN: mevr. Tonia Brennenraedts-Drummen – SIJSELE: Mariette Blanckaert-Cherlet – TORHOUT: mevr. Maria Vanthournout-Roelens; mevr. Astrid Lammens-Seynaeve – VEURNE: Mej. Elisabet Vanleke – VIERSEL: mej. Yvonne Hens – WATOU: mevr. Georgette Richet-Vandevoorde – WEVELGEM: mevr. Cecile Bonte-Allegaert.

Uit dank: ZELE (2).

Lijst afgesloten: 15 juli 2019.