We bidden voor en met elkaar

Gebedsnoveen januari – bid je mee?

Onze gemeenschappelijke gebedsnoveen begint op maandag 17 januari en wordt afgesloten op dinsdag 25 januari, feest van Sint-Paulus’ bekering. Je deelt ook in de eucharistieviering die dagelijks wordt opgedragen voor alle abonnees en voor onze overledenen.
Verenigd in gebed!

BEZINNING – 25 januari: Paulus, van tegenstander tot apostel

Op 25 januari vieren we in de liturgie de bekering van de heilige apostel Paulus. Wie de Handelingen van de apostel leest, leert deze bekeerling gaandeweg kennen. Ook de dertien brieven van zijn hand in het Nieuwe Testament geven informatie prijs over zijn levensloop.

Saulus, zoals hij aanvankelijk wordt genoemd, groeit op in een Joods gezin in Tarsus, een Griek-se stad in wat vandaag Turkije is. Christenen lust hij rauw. Hij vraagt aan de hogepriester brieven waarmee hij langs de synagoges in Damascus wil gaan, met de bedoeling de aanhangers van Jezus op te sporen, gevangen te nemen en naar Jeruzalem te sturen. Op weg naar Damascus gebeurt er echter iets ongewoons: hij wordt verblind door een fel licht en valt neer. Plots hoort hij een stem die zegt: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?’

Saulus wil weten wie de onbekende is die hem toespreekt. En het antwoord volgt meteen: ‘Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet.’ Saulus is ondersteboven van wat hem is overkomen. Ook zijn reisgenoten staan perplex: ze hebben de stem uit de hemel wel gehoord, maar niemand gezien. Saulus zelf ziet helemaal niets meer; zijn gezellen nemen hem bij de hand. Drie dagen lang zal hij niet eten of drinken (vgl. Hnd 9, 1-9).

Geraakt door Gods liefde

Saulus’ vrienden herkennen hem niet meer: de man die met onverdroten ijver streed tegen de christenen is een onvermoeibare apostel van Jezus Christus en zijn Evangelie geworden. Hieruit blijkt nogmaals dat Gods genade werkzaam is langs wegen die we niet kunnen doorgronden. Zoals Paulus het later zelf uitdrukt, in een brief aan de christenen van Korinte: ‘Door de genade van God ben ik wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest’ (1 Kor 15, 10).

Elke mens kan zich laten raken door de liefde van God en zich bekeren tot de Blijde Boodschap van Christus: Paulus is er een sprekend voorbeeld van. De ontmoeting op weg naar Damascus leidde er-toe dat hij, de ijverige vervolger van de christenen, een van hun felste verdedigers werd. Hij had voortaan de mond vol van Gods onvoorwaardelijke liefde en barmhartigheid, en dat kon alleen maar doordat hij die grenzeloze liefde zelf mocht ervaren. Gestuwd door de genade ging hij Christus’ boodschap verkondigen – een boodschap van liefde en verzoening voor heel de mensheid.

Doordat hij Christus mocht ontmoeten, kreeg Saulus een nieuwe identiteit. Hij werd een nieuwe mens, en dat uitte zich niet alleen in een nieuwe voornaam. Paulus besefte dat God zelfs ten aanzien van een christenvervolger eerste klas erbarmen had. Hij voelde dat hij als zondaar vergeving had gekregen: ‘Christus Jezus is in de wereld gekomen om de zondaars te redden. En de eerste van hen ben ik’ (1 Tim 1, 15). Voortaan zag hij verkondiging als zijn persoonlijke missie.

Ook wij worden gezonden

Telkens als we de Heer ontmoeten, worden we uitgedaagd om anders te gaan leven. Bij elke ontmoeting vraagt Hij ons of we bereid mee te werken aan zijn koninkrijk. Hij toont ons de weg naar bekering. Een wegenkaart is niet nodig, wél moeten we bereid zijn God toe te laten in ons hart. Elke bekering vraagt dat je je oude leven van je af schudt om als het ware opnieuw geboren te worden. Alleen zo kun je leven naar de Geest en rijke vruchten dragen.

Het verhaal van Paulus laat bovendien zien dat elke christelijke bekering zou moeten uitmonden in een missie, een zending. Door het heilsevangelie te verkondigen, heeft ‘de apostel der naties’ de deuren van het christendom wijd opengezet. Ook wij zijn gezonden om te verkondigen. God roept ons door de Heilige Geest op om het goede nieuws kenbaar te maken aan alle mensen. In de mate dat we aandacht schenken aan wie behoeftig is, is ons leven een sprekend getuigenis van Gods liefde. Heer, geef ons de moed om zoals Sint-Paulus het Evangelie te verkondigen, ‘te pas en te onpas’ (2 Tim 4, 2) en zonder heimelijkheid of schaamte (2 Kor 4, 2).

Schenk ons, Heer, een nederig gemoed, opdat we niet zouden denken dat we heer en meester zijn over onze zending. Laten we de boodschap indachtig zijn die Jezus aan zijn leerlingen voorhield: ‘Wij zijn onnutte knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan’ (Lc 17, 10).

Heer, geef ons de kracht om ons met U verbonden te weten. Slechts dan kunnen we de woorden van de apostel Paulus de onze maken: ‘Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij. Voor zover ik nu leef in het vlees, leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij’ (Gal 2, 20). Gesterkt in de hoop die U ons schenkt en gesteund door het broederlijke gebed van allen die ons zijn voorgegaan, zetten we onze levensweg voort, als echte en onvermoeibare boodschappers van het levende Woord.

Moge dit nieuwe jaar er een zijn vol vrede, vreugde en gebed. Laten we ook in 2022 voor en met elkaar bidden.

pater Ghislain Kasereka, s.m.m.