De dag dat mijn leven begon

Mijn naam is Philippine en ik word binnenkort negen jaar, zelfs al zeggen ze dat ik veertig ben. Ik ben beginnen te leven op 21 maart 2015. 

De redactie van Maria, middelares en koningin vroeg me om te getuigen over de grote tekens van God in mijn leven. Ik wil er graag twee uitkiezen, ook al zijn het er véél meer. Van sommige werd ik me pas achteraf bewust, op momenten dat ik stilstond bij mijn verleden. Want de tekens die God doet mogen dan zo groot als een huis zijn, soms zien we ze gewoon niet. Of we vergeten ze. Ik zou er een heel boek over kunnen volschrijven, en ik ben zeker dat ook jij dat zou kunnen. We moeten alleen maar onze ogen openen en de herinnering niet laten vervagen. 

Philippine en haar echtgenoot Oscar: sterk getuigenis van de levengevende kracht van het geloof

Katholiek? Ja, maar…

Ik groeide op in een katholiek gezin, en ik denk dat ik altijd wel gelovig ben geweest, maar niet op dezelfde manier als vandaag. Op mijn 21ste trouwde ik met Oscar. Bidden deed ik niet, en als we al naar de mis gingen, was dat vooral om mijn ouders een plezier te doen … Oscar vergezelde me naar de kerk, maar zonder veel vreugde. Enkele jaren vóoo ons huwelijk had hij me trouwens duidelijk gemaakt dat hij atheïst was. 

We wilden graag een kindje, maar de jaren gingen voorbij zonder dat ik zwanger geraakte. We raadpleegden een dokter, dan een tweede, een derde … De conclusie was telkens dezelfde: het zou ons nooit lukken om op natuurlijke wijze een baby te hebben. Oscars zaadcellen waren misvormd, onbeweeglijk en niet talrijk genoeg. Iets doen aan mijn eigen hormonale problemen loste niets op.  

Het was een hel. Ik liet de tranen stromen, althans wanneer ik alleen was. Ik wilde Oscar immers niet met nog meer schuldgevoelens opzadelen dan hij al had, terwijl hij er toch niets aan kon doen? Ik raakte verbitterd en werd soms chagrijnig als ik ouders met hun kinderen zag. 

Voor de medische specialisten was het duidelijk: alleen ICSI, de meest geavanceerde vorm van in-vitrofertilisatie, zou ons helpen. Het is niet genoeg om kiemcellen in een potje te stoppen; er wordt een zaadcel geselecteerd en die wordt in een eicel geïnjecteerd … Het idee alleen maakte me misselijk. Ik had er een slecht gevoel bij. Ik voelde me niet vrij. 

Het is niet aan mij om te oordelen over mensen die voor in-vitrobevruchting kiezen, maar voor mezelf was het een brug te ver: ik kon me er op ethisch vlak niet mee verzoenen. 

Jubel, onvruchtbare vrouw!

Die zomer bracht ik de vakantie door met mijn schoonfamilie. Aan een bevriende weduwnaar, die mee was, vertrouwde ik onze problemen toe. Hij moest het even laten bezinken en zei me dan: ‘Goed, we zullen beginnen met een noveen.’ Dat was wel het laatste wat ik wilde horen! Trouwens, ik wist niet eens hoe je moest bidden. Dus besloten we om negen dagen na elkaar de mis bij te wonen, speciaal voor deze intentie. Op een dag, de noveen was halfweg, was ik iets te vroeg in de kerk. Een dame kwam naar me toe met de vraag of ik misschien wilde voorlezen? Ik heb ja gezegd en botste op het volgende zinnetje: ‘Jubel, onvruchtbare vrouw’ (Js 54, 1). Je kunt je mijn verrassing op dat moment vast voorstellen … 

De eerste vruchtbare periode vlak na de noveen was ik zwanger! Op dat moment besefte ik voor het eerst dat God écht werkzaam kan zijn in mijn leven. Na ons eerste kind kwamen de volgende ook vanzelf, echte Godsgeschenken: twee op aarde en nadien nog twee die na enkele weken in mijn baarmoeder recht naar de hemel zijn gegaan. 

‘Kom op, verschijn dan toch!’ 

Begin 2015 vroeg een kennis van me of ik zin had om mee te doen aan de Wandeltocht voor Moeders, een retraiteweekend in Banneux. Oké, waarom niet? Maar door allerlei omstandigheden bleef ik tot het laatste moment twijfelen: zou ik niet beter afzeggen? Ik ben tóch gegaan, mopperend, want ik had er helemaal geen zin meer in. Ik kwam slechtgeluimd toe in Banneux, het weekend stak me al tegen nog vóór het goed en wel begonnen was. 

Ik kijk links en rechts en denk bij mezelf: wil ik écht een van die perfecte katholieke dametjes worden?

Banneux Notre-Dame

Zaterdagochtend. De eucharistieviering zei me niets, ik voelde me slecht in m’n vel, durfde niet te zingen. Ik keek links en rechts en dacht bij mezelf: wil ik écht een van die perfecte katholieke dametjes worden? Ik was behoorlijk kritisch. Ik vroeg aan mijn deelgroep waarom de bisschop in het midden van de viering plots een andere hoed op moest, waarom de priesters wit droegen – was al dat gedoe niet een beetje ridicuul? Ik herinner me ook dat een meisje uit mijn groep me tijdens het wandelen vroeg: ‘Geloof jij dat Maria op deze plek verschenen is?’ Mijn antwoord kwam snel. Nee, in verschijningen geloofde ik niet. Kortom, ik stelde alles in de vraag, zelfs of de katholieke Kerk wel écht de religie was die naar God leidde. 

’s Avonds kunnen we in Banneux in twee kapellen terecht: in de ene is er een wake en in de andere is er biechtgelegenheid. Het begin van de wake geeft me zin om te gaan biechten. Ik ga geregeld kijken of de rij wachtenden voor de biechtstoel korter wordt, maar keer telkens terug naar de kapel waar de wake aan de gang is. Ik ga nog eens naar buiten en kom bij het grote, verlichte Mariabeeld. In mijn hoofd zeg ik: kom op, doe dan toch iets, verschijn ook aan mij! Uiteraard gebeurt er niets, wat ik wel had kunnen verwachten. 

Oneindige liefde

Ik keerde terug naar de kapel en hoorde iemand zeggen: ‘Over een paar minuten zal Père Fabien met het Allerheiligste tot bij jullie komen.’  

De priester tilde de monstrans op en kwam met het Sacrament onze richting uit. Bij elke rij hield hij halt. Ik zat helemaal achteraan, vlak bij het grote raam, met vóór mij enkele lege rijen banken. Het Allerheiligste kwam nu dichterbij, en bij mezelf dacht ik: is het dat nu? Het straalt niet eens, het is dof, alleen de voet glanst! Hoe kan iemand nu geloven dat Jezus daar in zit?! 

Toen, op dat eigenste ogenblik, heb ik God ontmoet van aangezicht tot aangezicht

En dan, net toen ik dacht dat Père Fabien rechtsomkeer zou maken en zijn weg door de kapel zou voortzetten, kwam hij met de monstrans vlak voor me staan. Voor mij alleen! Ik heb het Sacrament aangekeken, heb mijn ogen gesloten, het hoofd gebogen en me op mijn knieën laten zakken – je weet maar nooit, dacht ik.

Toen, op dat eigenste ogenblik, heb ik God ontmoet van aangezicht tot aangezicht. Ik voelde het binnenste van mijn hart heel warm worden – een warmte die door mijn hele lijf straalde en zelfs nog verder – en tegelijk voelde ik een soort bel om me heen, een enorm krachtige, oneindige liefde die me helemaal omsloot. Ik baadde in liefde en wist dat het God zélf was die me graag, heel graag zag. Ik voelde me goed en was helemaal niet bang. Ik had het gevoel dat mijn lichaam zachtjes werd opgetild en lichtjes draaide.

Hoelang dat gevoel geduurd heeft? Geen idee. Ik heb de Heer bedankt – en misschien wel half luidop … 

‘Hij verwachtte je’ 

Toen ik mijn ogen weer opende, was het Sacrament al een eindje verder. Plots besefte ik dat er tranen over mijn wangen liepen. Zonder het te weten, was ik beginnen te wenen. 

Ik moest aan iemand kwijt wat me overkomen was. Ik keek naar Colette, de vrouw die me had meegetroond naar deze retraite, maar zij zat in stilte te bidden, ik wilde haar niet lastigvallen. Na wat dralen ben ik op haar toegestapt. Ik was opnieuw beginnen te wenen en stond te trillen op mijn benen: ‘Colette, ik heb God ontmoet, echt waar, ik lieg niet, het is te gek!’

Ik vertelde haar wat ik net voordien had meegemaakt … en ze reageerde helemaal niet verbaasd nadat ik mijn verhaal had gedaan. Ze bleef kalm, bedankte me voor mijn getuigenis en zei me: ‘Dat is nu wat ze een bekering noemen, dat is mij een paar jaar geleden ook overkomen.’ En ze biechtte iets op: toen ze zich afvroeg wie ze zou meevragen naar de Wandeltocht voor Moeders, had ze ervoor gebeden. Zo was het duidelijk dat ik de ‘uitverkorene’ zou worden: ‘Hij verwachtte je.’ 

Ik viel van de ene verbazing in de andere. Colette scheen het allemaal ‘gewoon’ te vinden, terwijl ik dit helemaal niet had verwacht. Ik denk dat de Heer, die mijn hart kent en wist dat ik het voornemen had om te gaan biechten, het initiatief heeft genomen. Daarna ben ik ook echt gaan biechten … en net als Colette was ook de priester niet verbaasd over wat me net was overkomen. 

Ik voelde me licht en heel gelukkig, ik glimlachte naar iedereen. Ik had zin om tegen iedereen te zeggen: ‘God ziet je graag!’ 

Het was 21 maart 2015, de dag dat mijn leven begon. 

Eerst jezelf, dan de wereld 

Oké, dacht ik, nu heb ik pas echt een probleem. Ik wilde ons leven veranderen, maar hoe zou ik dat aanbrengen bij Oscar? Hoe zou hij reageren? Ik moest het hem in elk geval vertellen. 

’s Avonds, in bed, stuurde ik hem een bericht waarin ik uit de doeken deed wat me net overkomen was. Zijn antwoord was heel kort: ‘Wauw.’ Of hij zelf nog nieuws had, wilde ik weten. Hij stuurde me dat hij op een fantastisch evenement zat, en eindigde met de woorden: ‘maar da’s niets vergeleken met wat jij nu meemaakt’. Dat stelde me enigszins gerust. 

Die zondagavond smeekte ik onze babysitter om nog een paar uur langer te blijven. Ik nam Oscar mee uit eten. Op restaurant brak hij in tranen uit … en ons leven kon beginnen. 

Ik ben naar onze pastoor gestapt, want iemand moest me helpen om al die energie in goede banen te leiden – ik wilde écht de wereld veranderen! Nadat we samen gebeden hadden, vroeg hij naar mijn gebedsleven. Maar ik bad nooit! ‘Wel,’ zei hij, ‘als je de wereld wilt veranderen, is dat het eerste wat je te doen staat.’ Als ik zelf zou veranderen, zou de wereld volgen. We spraken af dat we elkaar geregeld zouden zien, zodat hij me kon helpen om te leren bidden. 

Biechten, een godsgeschenk

Er is nog wat veranderd. Vandaag ga ik met vreugde naar de mis, en de communie ontvang ik met een enorm respect en grote dankbaarheid.  

Ik kan me geen leven meer voorstellen zonder de biecht, terwijl ik het vroeger haatte

Maar zondigen doe ik nog te vaak. Ik ga geregeld biechten, dat houdt me op de been. Ik kan me geen leven meer voorstellen zonder de biecht, terwijl ik het vroeger haatte. In mijn ogen was gaan biechten een vernedering, want wie wil er nu telkens met zijn problemen geconfronteerd worden? Nu besef ik dat het net omgekeerd is: God vernedert ons niet, maar tilt ons boven onszelf uit! En de priester is er niet om ons te veroordelen – als hij dat zou doen, zou hij zelf zondigen – maar staat net ten dienste om Gods vergiffenis door te geven. Biechten is heerlijk, een Godsgeschenk. 

Niet alleen voor mezelf had de Heer een geschenk in petto. Ook aan Oscar en mij als echtpaar heeft Hij gedacht. Want niet alleen ik ben veranderd. Ook Oscar is veranderd. Zijn verhaal is weer anders dan het mijne, maar ik kan de Heer alleen maar danken voor de liefdevolle plannen die Hij voor ons heeft! 

Philippine de Schaetzen 

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.