Compostela zit in de lift. Een recordaantal mannen en vrouwen heeft vorig jaar te voet, fietsend of zelfs te paard de weg naar Santiago de Compostela en het graf van de apostel Jakobus gevonden. Maar liefst 530.000 pelgrims mochten hun stempelboekje inruilen voor een certificaat. Onder hen ook meer en meer Belgen. Wat bezielt mensen om te kiezen voor de camino?
van onze redacteur Glenn Geeraerts
Eva van de Velde was net afgestudeerd toen ze voor het eerst naar Compostela wandelde. ‘Ik was twee jaar lang erg ziek geweest, zodanig dat ik mijn studie een tijdje heb moeten afbreken. In het laatste jaar van de unief liep ik stage, en die eerste kennismaking met de werkvloer was heel confronterend. Ik voelde dat ik een overgangsperiode nodig had voor ik écht zou beginnen te werken. Ik herinnerde me een boek dat ik als tiener gelezen had: een reisverslag van een gezin dat naar Compostela was gefietst. Als ik de camino nu eens zou wandelen?’

‘De ziekte had me fysiek verzwakt’, vertelt Eva. ‘Ik wilde de laatste honderd kilometer of zo stappen, maar enkele ervaren pelgrims raadden me aan om vanuit België te vertrekken. Zij hadden spijt dat ze tot hun pensioen hadden gewacht om de tocht te wagen. Dat deed me nadenken. Als student had ik al ervaren dat het leven onvoorspelbaar kan zijn. Ik moest het nú doen!’
In het begin doet alles pijn. Onder pelgrims heet het dat je vleugels zitten te duwen
Eva
Toen ze in juli 2019 haar wandelschoenen aantrok, ging Eva ervan uit dat ze Compostela nooit zou halen. ‘Mijn plan was: ik ga wandelen en zie wel tot waar ik geraak. Zonder veel voorbereiding ben ik met de rugzak en mijn matje op pad gegaan.’ Tot Eva, drie maanden en 2.500 kilometer later, de kathedraal van Santiago de Compostela binnenstapte. En ze kreeg er geen genoeg van, want vanuit Santiago wandelde ze door naar Finisterra, ‘het einde van de wereld’, goed voor nog eens 90 wandelkilometers.
‘Toen ik Frankrijk had doorkruist en voor de Pyreneeën stond, wist ik plots dat het me wél zou lukken’, blikt Eva terug. ‘Als je wandelt, leer je je lichaam kennen. Er is een zegswijze onder Franse pelgrims: “Les deux premières semaines, tu as les ailes qui poussent.” De eerste veertien dagen zitten je vleugels te duwen – alles doet pijn, je loopt blaren op, je schouder trekt – maar vanaf het moment dat ze zich openvouwen, komt het besef: ik kan dit!’
De camino is vooral een weg naar binnen: je leert luisteren naar jezelf
Marianne
Pelgrimeren doet niet alleen iets met je lichaam, zegt Eva: ‘In het begin draait je brein op volle toeren, gewend als het is om te plannen, te controleren … Maar na veertig dagen kom je in een andere staat. Dat heb ik niet verzonnen; andere pelgrims herkennen dat fenomeen. Het is alsof de stroom van gedachten stilvalt of zich minstens aanpast aan het trage ritme van je voetstappen. Als je wandelt, denk je alleen aan de volgende stap, niet aan wat er over twee weken op je planning staat. In de Bijbel lees ik dat Jezus zich veertig dagen lang terugtrok in de woestijn: zou het toeval zijn, dat getal?

‘Als je wekenlang onderweg bent, gebeurt er iets bijzonders’, getuigt ook Marianne de Boisredon. De coronacrisis had er bij deze docente en schrijfster zwaar ingehakt. Dagelijks tot wel tien uur lang voor het computerscherm zitten had haar batterij doen leeglopen. En al stappend raakte ze uit het rood. ‘Natuurlijk is er de fysieke kant’, zegt Marianne. ‘Daar kunnen mijn voeten van meespreken! Maar de camino is vooral een weg naar binnen. Onderweg leer je luisteren naar jezelf. Je neemt tijd voor de vragen die je in het dagelijks leven onbeantwoord laat omdat je het te druk hebt. Wat drijft me? Wat is écht van betekenis voor mij? Na Compostela had ik weer energie en kreeg mijn leven een nieuw elan.’
Een wildvreemde die je zijn levensverhaal vertelt, daar kijkt een pelgrim niet van op
Eva
Over haar pelgrimservaringen publiceerde Marianne recent een boek – dat trouwens een Nederlandse vertaling verdient! Ontmoeting is een van de kernbegrippen in haar getuigenis. ‘Een pelgrimage’, zo schrijft ze, ‘is niet alleen een tocht naar jezelf en naar God, maar ook een ontmoeting met de ander.’
‘De ontmoetingen op de camino zijn vaak kort, maar intens’, zegt Marianne. ‘Ik herinner me een Litouwse vrouw die ik een paar keer heb ontmoet heb. Ze leed aan een zware depressie en was al twee jaar onderweg om dat te boven te komen. Dat mag bizar lijken, een wildvreemde die je zijn of haar levensverhaal vertelt, wetend dat je elkaar wellicht nooit meer terugziet. Misschien komt het wel doordat we als pelgrims allemaal in hetzelfde schuitje zitten? De redenen waarom mensen op tocht gaan, zijn divers: een relatiebreuk verwerken, nadenken over hun professionele toekomst … Maar eigenlijk komt het telkens bij alle pelgrims op hetzelfde neer: we hopen dat de camino klaarheid schept over ons leven.’

Je voelt dat Jezus mee stapt, net zoals op de weg naar Emmaüs
Marianne
‘Ik genoot erg van al die spontane ontmoetingen’, zegt Eva. ‘Een onbekende vertelt je zijn levensverhaal en pas ’s avonds, als je samen eet, vraag je zijn naam. Soms wisselde ik slechts een paar woorden met andere pelgrims, maar andere gesprekjes hebben blijvende vriendschappen opgeleverd. Zo was er dat Franse koppel dat me voor een week heeft “geadopteerd” op de camino. Een jonge, blonde vrouw die alleen op pad is: dat maakt dat mensen je sneller aanspreken. En zie ik een lokale inwoner op een bankje zitten, dan knoop ik spontaan een gesprekje aan.’
‘Ik besefte ook wel dat ik kwetsbaar was. Elke pelgrim is weerloos, en dat is wennen als je aan de camino begint. Het kan dagen aan een stuk regenen, je weet niet waar je ’s avonds zult slapen … Wat als iemand met slechte bedoelingen je benadert? Alles is onvoorspelbaar. Maar dat zorgt ervoor dat je als pelgrim heel dankbaar wordt voor alles wat zich aandient. In sommige herbergen hangt een spreuk boven de deur: “De toerist eist, de pelgrim ontvangt.” Dat is voor mij de essentie van pelgrim-zijn.’
Voor Marianne is elke ontmoeting op de camino een bewijs van Gods aanwezigheid. ‘Ook al heeft slechts een kleine minderheid van de pelgrims religieuze redenen om naar Compostela te stappen, je voelt dat Jezus mee stapt’, vertelt ze. ‘Hij is heel discreet aanwezig, in de vriendelijke blik van een pelgrim die je na enkele dagen terugziet of wanneer je een tijdje in stilte aan iemands zijde stapt. Hij is bij ons, net zoals Hij de leerlingen op de weg naar Emmaüs vergezelde.’
Door bij elke halte onderweg een kaars aan te steken, bleef ik aan mijn overleden kotgenote denken
Eva
Wat als er thuis iemand sterft terwijl jij met je rugzak onderweg bent naar Santiago? Voor Eva is het geen hypothetische vraag. ‘Net voorbij Reims kreeg ik telefoon dat Eline was overleden, een meisje met wie ik op kot had gezeten. Ik stond voor een dilemma. Moet ik mijn tocht afblazen? Zou ik niet terugkeren voor de begrafenis? Vriendinnen spoorden me aan om door te gaan, maar een kaarsje te branden voor Eline. De route liep van kerk naar kerk, dus stak ik bij elke halte een kaars aan, nam er een telkens foto van en stuurde die naar haar ouders. Ik hield op Instagram een dagboek bij waar ik dezelfde foto’s postte.’

‘Mensen die mijn tocht volgden begonnen me berichtjes te sturen. Of ik een kaarsje kon branden voor een overleden familielid, voor hun zieke moeder? Gaandeweg kreeg ik dagelijks hele epistels te lezen waarin volslagen onbekenden hun verhaal met me deelden. Ik nam me voor om op elke vraag te reageren: een kaarsje aansteken, bidden, een foto opsturen. Toen ik uiteindelijk in Compostela was aangekomen, leek het wel alsof sommigen teleurgesteld waren: was het nu voorbij?’
‘Terug in België gaf de “kaarsjesliefde”, zoals ik het ritueel heb gedoopt, me inspiratie voor een theatervoorstelling waarin ik over mijn pelgrimservaring getuig. Enkele scholen nodigden me uit om mijn verhaal te doen, maar leraren waren er niet gerust in: “Het zijn tieners, wat als ze je belachelijk proberen te maken?” Ik had theelichtjes meegenomen en de leerlingen uitgenodigd om te denken aan iemand die hun na aan het hart lag of aan iets waar ze mee worstelden. Ze mochten een lichtje aansteken voor de klas. Het werden mooie, intense momenten. Eigenlijk hebben we samen gebeden zonder dat het woord “bidden” eraan te pas kwam. Kaarsjesliefde is voor mij een laagdrempelige manier om mensen – jongeren en volwassenen – spiritueel te verbinden.’
Als je de camino als een race tegen de klok beschouwt, zul je snel teleurgesteld raken
Tot slot: hebben Marianne en Eva als ervaren pelgrims tips voor wie zelf van de camino droomt, maar niet goed weet hoe je eraan begint?
‘Laat het niet bij een droom blijven’, adviseert Marianne. ‘Beeld je in hoeveel deugd het je zou kunnen doen als je zo’n tocht onderneemt. De volgende stap is ervaren pelgrims opzoeken: luister naar hun verhalen en je krijgt nog meer zin om het zelf te doen. En dan is het moment rijp om stap voor stap te beginnen: enkele dagen wandelen, een hele week … Je zult merken dat het telkens beter gaat.’
De allerbelangrijkste tip volgens Eva: ‘Maak vooral géén plannen! Veel wandelaars, zeker als ze in Spanje de camino op gaan, hebben de neiging alles tot in de puntjes uit te stippelen: de afstanden die ze zullen afleggen, het logement … Zo blijf je vastzitten in de structuur van je baan, je gezinsleven. Plak ook geen einddatum op je tocht. Als je de camino als een race tegen de klok beschouwt, zul je gauw teleurgesteld raken. Laat je verrassen door wat er op je weg komt.’
Info over Eva’s theatervoorstelling vind je op https://pelgrimdevoorstelling.wordpress.com
Marianne de Boisredon, Marcher pour renaître. Compostèle, Shikoku, Assise is uitgegeven bij Salvator (2026)

