door Leo Palm, rector van het heiligdom Banneux
Op zondag 15 januari 1933, omstreeks 19 uur, kijkt Mariette door het raam. Ze wacht op haar broer, Julien, die zo zal thuiskomen. Dan wacht het meisje een verrassing: in de tuin ziet ze een mooie, stralende verschijning. Mariette is er zeker van: het gaat om niemand minder dan de maagd Maria! Hoe kan dat nu? De gelijkenis met de moeder Gods zoals ze in Lourdes is verschenen is treffend – een beeld waar Mariette vertrouwd mee is dankzij een boek uit de parochiebibliotheek. Met een handbeweging wenkt de dame het meisje om tot bij haar te komen. Maar Mariettes moeder maakt er korte metten mee. Ze doet de voordeur op slot en de ontmoeting is voorbij.

Woensdagavond. Om geen argwaan te wekken, sluipt Mariette op kousenvoeten door het huis. Ze gaat naar buiten, de tuin in, en knielt neer vlak bij de plek waar ze drie dagen eerder de verschijning heeft gezien. Terwijl ze de rozenkrans bidt, ziet ze hoe een licht uit de hemel neerdaalt. De mooie dame staat voor haar. Ze vraagt het meisje om haar te volgen …
‘Wie ben ik om haar plek in te nemen?’
In de verschijningskapel in Banneux kun je de plek zien waar de Maagd der Armen verscheen aan Mariette. Een mozaïek in de vloer draagt als opschrift: ‘Toen ze hierheen kwam, wilde ze haar moederhart tonen.’ Onlangs bezocht ik de kapel met een echtpaar. Toen ik mevrouw vertelde dat de mozaïek zich net onder haar voeten bevond, reageerde ze ontsteld. ‘Ik heb de plaats van de heilige Maagd ingenomen!’ zei ze geschrokken. ‘Zal ze het mij niet kwalijk nemen?’
Ik stelde haar gerust: ‘Er zijn twee types bedevaarders. De een wil absoluut op deze plek gestaan hebben, terwijl het voor de ander bijna heiligschennis is. “Wie ben ik om Maria’s plek in te nemen?’ klinkt het dan.’
Het klopt dat Maria deze heilige plek gekozen heeft. In de tuin van de familie Beco, waar ze verschenen is, werd op haar uitdrukkelijke wens een kapelletje gebouwd. En voor zichzelf heeft ze een bron langs de kant van de weg uitgezocht. Ze verzekert ons dat ze aanwezig is wanneer we bij haar op bedevaart komen. Ze roept ons op om tot bij haar te komen, en vraagt met aandrang om haar te volgen. Wanneer we op de mozaïek gaan staan, is dat onze manier om te zeggen: ‘Boodschap begrepen! Ik ben bereid om in jouw voetstappen te treden.’
In de winter van 1933 heeft ze Mariette begeleid tot bij de bron. Vandaag wil Maria ook ons bij de hand nemen. Ze gaat ons vooraf, en wij volgen haar spoor.
Het doopsel, een geschenk
Waar gaat de reis naartoe? Maria brengt ons bij de bron en vraagt ons de handen in het water te dompelen. De eerste die dit ritueel voltrok, was Mariette – zonder goed te beseffen wat ze deed. Nochtans is deze handeling ons zó vertrouwd: we dopen onze vingers in het wijwatervat en maken een kruisteken. Telkens wanneer we dit doen, worden we herinnerd aan ons doopsel, ‘het mooiste geschenk ooit’, zoals paus Franciscus het noemde.
Wat maakt het sacrament van het doopsel tot een geschenk? Sinds ik gedoopt werd, mag ik me een kind van God noemen. Ik maak deel uit van de grote familie die God als Vader heeft. Jezus is mijn grote broer; Hij wil het hart van alle mensen bezielen met een broederlijke Geest. Deze familie moet alle volkeren omvatten: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb’ (Mt 28, 19-20).
Maria waakt en bidt
Het grootste mariale feest is ongetwijfeld de Tenhemelopneming. Op 15 augustus mogen Mariaheiligdommen wereldwijd zich op een massa bedevaarders verheugen, elk jaar opnieuw. De lezingen in de liturgie zijn er een echo van: ‘Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niemand tellen kon, uit alle landen en volken, van elke stam en taal’ (Apk 7, 9). Deze mensenmenigte stapt op achter Christus. Al zijn volgelingen komen putten uit dezelfde bron: het heil dat Jezus Christus hun heeft geschonken.
De mensenmenigte stapt op achter Christus. Waar Hij ons naartoe wil brnegen? Naar ons echte vaderland.
Waar Hij ons naartoe wil brengen? Naar het Vaderhuis, naar de hemel, ons echte vaderland. Het is de plek waar Jezus’ moeder op de dag van haar tenhemelopneming vol vreugde werd onthaald. De plek waar Maria voor altijd in Gods zaligheid werd opgenomen. Maar ook de plek van waaruit ze zich blijft bekommeren om ons, zolang we als ‘pelgrims van hoop’ hier op aarde verblijven. Ze waakt over ons en bidt opdat we het échte doel van ons leven, de eindbestemming van onze pelgrimstocht, niet uit het oog zouden verliezen. Maria wil ons laten ontdekken dat de dood slechts een overgang is – een passage op weg naar het echte leven, een leven in volheid, waar lijden en dood geen macht meer hebben.

‘Moeders begrijpen elkaar’
Na de ziekenzegening spreekt een moeder me aan. Ze is naar Banneux gekomen met haar kinderen Emilia (8 jaar) en Raphaël (5 jaar). Raphaël is ontroostbaar, vertelt de mama me. Stefan, zijn peter, is onlangs gestorven. Stefan was de gehandicapte oom van de kinderen. Hij woonde in bij het gezin en was superblij toen hem gevraagd werd of hij peter van de kleine Raphaël wilde zijn. Peter en petekind konden het goed met elkaar vinden. Toen oom Stefan onverwacht stierf na een hartaanval, was het jongetje dan ook erg verdrietig. Moeder, ten einde raad, besloot om met haar zoontje naar de Maagd der Armen te komen.
Maria heeft haar Zoon zien sterven, ze stond aan de voet van het kruis. Ze weet wat het betekent een kind te verliezen! En moeders begrijpen elkaar meteen …’
Enkele dagen later wenkt een oude dame me. ‘We zijn te laat!’ zegt ze. ‘Alle winkels zijn al dicht, en ik wilde zo graag een beetje water van de bron mee naar huis nemen. Hebt u misschien een fles voor me?’ Ze legt me uit dat ze, na vele jaren, het verlangen voelde om terug te keren naar dit heiligdom. ‘Mijn geheugen speelt me vaak parten; ik kon niet op de naam van dit dorp komen. Gelukkig wist mijn zoon raad: hij riep de hulp in van artificiële intelligentie, stelde de gps in en we gingen op weg. Toen we op onze bestemming aankwamen, zag ik meteen dat we verkeerd zaten. Het bedevaartsoord dat ik me herinnerde, lag niet aan de spoorlijn. En er was evenmin sprake van vijf kinderen aan wie de Maagd verschenen was.’ Computer en gps hadden hen naar … Beauraing geloodst!
Waarom dit oude moedertje per se naar Banneux wilde komen? ‘Twintig jaar geleden is mijn oudste dochter gestorven. Ze was pas 32! Ik was helemaal van de kaart; het lukte me niet om haar dood te verwerken. Een vriendin heeft me tot hier gebracht. Ik hoopte hier wat troost te vinden … en vond een troosteres! Maria heeft haar Zoon zien sterven, ze stond aan de voet van het kruis. Ze weet wat het betekent een kind te verliezen! En moeders begrijpen elkaar meteen …’
Kom, Maagd der Armen, kom het lijden verlichten. Wijs ons de weg, vooral wanneer ons levenspad een kruisweg dreigt te worden.
Dit artikel is verschenen in het mei-juninummer van ‘Maria, middelares en koningin’. Wil je meer lezen? Ontdek dan onze abonnementsformules of vraag een proefnummer aan!
