De sfeer van de begijnhoven van weleer, een stevige schep christelijk engagement en een snuifje jezuïetenspiritualiteit: dat is het recept van Béguinage du Viaduc, een bijzondere woongemeenschap in hartje Brussel. Onze redacteur ging praten met Amelken De Brant, mama van vier, overtuigd katholiek en een van de bewoners van dit 21ste-eeuwse begijnhof.
van onze redacteur
Glenn Geeraerts
Iemand zei dat de toekomst van het christendom in het Westen misschien wel te vinden is in de grote steden, met hun veeltalige en multiculturele bevolking. Wat Brussel aangaat, lijkt die bewering alvast te kloppen. In de Europese wijk, een buurt die we niet spontaan associëren met christelijke projecten, timmeren de jezuïeten al jaren aan de weg met La Viale Europe: enkele paters delen er hun huis met een dertigtal jongeren, die elkaar ontmoeten bij het gebed en rond de gemeenschappelijke tafel.
Op een steenworp van La Viale gaat eveneens een bijzondere woongemeenschap schuil. Mensen van verschillende nationaliteiten en leeftijden proberen er dagelijks het Evangelie in de praktijk om te zetten. Béguinage du Viaduc, zo werd deze plek gedoopt – en als we aan komen lopen, begrijpen we meteen waarom. De bescheiden huisjes, voor dit doel gebouwd, zijn gegroepeerd rond een groen binnenplein. De link met de historische begijnhoven, waar vrouwen apart woonden maar bijeenkwamen om te bidden, is gauw gelegd. De toegang is langs de Viaductstraat, en ook in dit ‘begijnhofje voor de twintigste eeuw’ worden bruggen geslagen … tussen de bewoners.
(lees verder onder de foto)

Dorp in de stad
Amelken De Brant (34) is hier al zes jaar thuis. Haar echtgenoot Célin werkt als opvoeder, zij zorgt voor de kinderen, van wie het jongste vijf maanden is. Muziek maken is beider passie. ‘Ons appartementje in Etterbeek werd te klein, toen een vriendin ons vertelde over de plannen voor een nieuw “begijnhof” in Elsene, naast de kerk van het Heilig Sacrament. Pater Guy Martinot, een jezuïet, zocht jonge gezinnen om de parochie levend te houden en samen een gemeenschap op te bouwen. We wisten niet helemaal wat we konden verwachten, maar waagden de sprong. Het dorpsgevoel in de grootstad sprak ons aan.’
De jezuïeten zochten jonge gezinnen om de parochie levend te houden en samen een gemeenschap op te bouwen
De achtergrond van de begijnhofbewoners is heel divers, weet Amelken: ‘We tellen een tiental jonge gezinnen, enkele studenten die hier op kot zijn, een groepje zusters en twee oudere alleenstaanden. Mijn echtgenoot is een Fransman; onze buren spreken Duits, Spaans of Hongaars … Dat hoeft niet te verbazen in de Europese wijk. Maar met enkele sociale woningen is het begijnhof evengoed een thuis voor een Syrisch gezin op de vlucht.’
Stevig bindmiddel
Een bont allegaartje, zou je kunnen zeggen, maar met een stevig bindmiddel. ‘We zijn allemaal katholiek’, knikt Amelken – en over de vraag wat dat betekent, hoeft ze maar een milliseconde na te denken: ‘We houden van Jezus.’
De bewoners delen in groepjes over geloofsthema’s, of er wordt een christelijke film getoond
Van kandidaat-bewoners wordt een zekere mate van christelijk engagement gevraagd. Zo gaan Amelken en haar gezin op zondag naar de kerk, en om de maand is er een spirituele bewonersbijeenkomst: ‘Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, hebben we een gebedswake gehouden. We delen in groepjes over geloofsthema’s, of er wordt een christelijke film getoond.’ Een andere maandelijkse activiteit is meer prozaïsch van aard: samen klusjes opknappen en de binnentuin onderhouden. ‘Maar we beginnen zo’n zaterdag met een lofzang op de koer, en als we klaar zijn met werken, gaan we naar de mis en nadien samen aan tafel.’

Gebed overstijgt verschillen
Wat Amelken misschien nog het meest na aan het hart ligt, zijn de spontane initiatieven die in dit dorp-in-de-stad de kop opsteken. ‘Doordat we zo dicht op elkaar wonen, gebeuren er vanzelf dingen. De moeders van het begijnhof die samen gaan bidden, bijvoorbeeld. Of de rozenkrans die we in de meimaand en de vastentijd samen bidden op de binnenkoer. Centraal staat onze “Vierge pèlerine”, een Mariabeeld dat telkens een week in huis blijft bij een ander gezin en zo de ronde van het begijnhof doet.’
Het gebeurt dat bewoners niet opschieten met elkaar. Al zijn we allemaal christenen, we zijn ook weer niet elkaars kopieën!
Veel rozengeur en nog meer maneschijn in het begijnhof van de Viaductstraat, zo lijkt het wel. Of er niet af en toe conflicten zijn? Immers, ‘waar mensen zijn, wordt gemenst’, zei montfortaan Phil Bosmans. ‘We delen erg veel, en de koer is gemeenschappelijk, dus zijn er soms momenten dat het moeilijker gaat’, beaamt Amelken. ‘Nu hebben we ook een raad – bestaande uit een priester, een zuster en twee verkozen leken-bewoners – die het samenleven op het begijnhof in goede banen leidt. Het gebeurt dat bewoners niet opschieten met elkaar. Al zijn we allemaal christenen, we zijn ook weer niet elkaars kopieën! Maar net op dat soort ogenblikken merk ik dat het gebed en ons geloof in God ons met elkaar verbindt. Dat zie ik bij het rozenkransgebed. Bij het bidden worden kleine en grote meningsverschillen overstegen. Iedereen is welkom bij Maria.’
In vreugde en verdriet
Christelijke naastenliefde, of caritas zoals dat zo mooi klinkt in het Latijn, is de rode draad in het (samen)leven op het begijnhof. Geheel in lijn met de ignatiaanse spiritualiteit – Sint-Ignatius was de stichter van de jezuïeten – uit die aandacht voor de anderen zich ook in kleine dingen. ‘En todo amar y servir’, schreef Ignatius in zijn Geestelijke oefeningen: in alles liefhebben en dienen.
‘Dat is een van de dingen die ik hier alle dagen apprecieer’, beaamt Amelken. ‘Er zijn voor elkaar, in vreugde en verdriet. De ene dag wordt er een kindje geboren, de andere dag neemt een buur afscheid van een dierbaar familielid … Een luisterend oor bieden bij een kop koffie kan wonderen doen. Er wordt heel veel gedeeld, en dat houdt de gemeenschap samen. En waar kun je nog aan je buren vragen om vijf minuutjes op de kinderen te passen wanneer er een reporter van Maria, middelares en koningin aanklopt?’ (lacht)
