Relieken: meer dan zomaar wat botjes

Een vingerkootje of de schedel van een lang gestorven heilige, een lapje stof uit de mantel van de maagd Maria of het borstkruis van een middeleeuwse bisschop: relieken spreken tot de verbeelding. Wat maakt heiligen en hun overblijfselen zo fascinerend voor gelovigen? Waar komt de verering van relieken vandaan?
We gingen langs bij het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) voor een gesprek met Jeroen Reyniers, een jonge onderzoeker die begeesterd is door reliekschrijnen en wat erin zit. 

door Glenn Geeraerts

Het hart van de zalige Carlo Acutis, de tiener die volgend jaar heilig wordt verklaard, was afgelopen zomer in België. Onder meer in Namen daagden veel gelovigen op voor een viering waarbij dit bijzondere reliek werd getoond. In een interview zei een van de verantwoordelijke priesters daarover: ‘Het gaat er niet zozeer over dat we een stukje van Carlo in huis halen. Met fetisjisme heeft dit niets vandoen. Belangrijker is dat we Carlo laten spreken tot ons hart, dat hij ons iets komt vertellen over hoe het met ons eigen hart is gesteld. We vragen niet alleen zijn voorspraak voor genezingen, maar vooral dat hij ons helpt om zélf heilig te worden.’ 

Met dit citaat komen we dicht bij de kern van reliekenverering. Relieken zijn niet zomaar botten, haren of ‘dode’ voorwerpen – een miskelk, een versleten schoen – die ooit aan een heilige (of aan Jezus zelf) hebben toebehoord. Ze krijgen betekenis, ze komen tot leven voor wie ze vereert. Denk maar aan bedevaarders die een zakje aarde uit het Heilig Land mee naar huis nemen. Of aan het gebruik om op het patroonsfeest van de parochie de reliekhouder met de botjes van Ermelindis, Hadelinus of een andere ‘lokale’ heilige te tonen na de mis. 

(lees verder onder de foto)

Jeroen Reyniers (midden) met enkele relieken van het Odiliaschrijn in de voormalige abdij van Kerniel (2016). Foto: KIK-IRPA, Brussel

Magische krachten

‘Het vereren van relieken is een traditie die teruggaat tot de Romeinen’, zegt kunsthistoricus Jeroen Reyniers. ‘Zij ontwikkelden een echte heldencultus. Het idee was: iemand die iets goeds heeft betekent voor onze maatschappij, die moeten we blijvend herinneren. In feite heeft het christendom die bestaande traditie overgenomen, al is er een groot verschil. De Romeinse helden hadden een bijna goddelijke status, terwijl de katholieke heiligen duidelijk een trapje lager staan dan God. Ze kunnen bemiddelen bij God voor de gelovigen, maar het blijven mensen.’ 

‘Er is nog een verschil. Aan voorwerpen die aan een held hadden toebehoord, werden vaak magische krachten toegeschreven. Was er bij de Galliërs een oorlog op til, dan zouden ze het zwaard van de overleden Ambiorix gebruiken, want dat zou hen de overwinning schenken, zo geloofden ze. Bij heiligenrelieken is het anders. De Kerk wilde komaf maken met dat soort magie, omdat dat sterk ruikt naar bijgeloof, maar toch zie je in de middeleeuwen dat zich mirakelen voordoen op plaatsen waar een belangrijk reliek wordt bewaard.’ 

Het Odiliaschrijn, vandaag bewaard in de parochiekerk van het stadje Borgloon (foto: KIK-IRPA, Brussel)

Tastbare herinnering

‘De herinneringscultuur zoals die al bij de Romeinen bestond, is springlevend, zegt Jeroen: ‘Als in de processie een reliekschrijn meegaat met de beenderen van de parochieheilige, houden we de herinnering aan die man of vrouw levend. Ook ons dagelijks leven is ervan doordrongen, of we nu gelovig zijn of niet. Als een dierbare vriend of een familielid sterft, houden we het liefst een aandenken bij, iets tastbaars dat aan hem of haar herinnert. Misschien is het maar een prul, maar toch heeft het voor ons een emotionele waarde. Zo is het ook met de botjes, haren of gebruiksvoorwerpen die worden vereerd in bedevaartkerken.’ 

‘In de middeleeuwen waren bedevaarten bijzonder in trek. Vergeet niet dat er toen geen ziekenhuizen bestonden zoals we die vandaag kennen. Mensen die met een zwaar psychisch of medisch probleem worstelden, werden op pelgrimstocht gestuurd. In zo’n bedevaartsoord vonden ze rust en konden ze aan een heilige vragen of hij kon bemiddelen bij God, in de hoop op een oplossing. Relieken speelden daarbij een grote rol. Voor alles werd een beroep gedaan op de heiligen. Was er een ratten- of muizenplaag in huis, dan gingen de bewoners op zoek naar de relieken van Gertrudis van Nijvel.’ 

Dit is een fragment uit een langer interview dat verscheen in het novembernummer van ons tijdschrift Maria, middelares en koningin.
Benieuwd naar meer? Klik hier om een (proef)abonnement te nemen.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.