‘Het échte geluk vind je in de Bijbel’

‘Het strengste klooster van Nederland’, zo wordt de abdij Sint-Benedictusberg in Vaals weleens genoemd. Op deze bijzondere plek nabij het drielandenpunt leven twintig benedictijnermonniken op het ritme van het gebed. Broeder Michaël (42) is een van hen. Onze redacteur trok naar Vaals met een resem vragen en zijn notitieboekje. We wilden van broeder Michaël weten hoe zijn kloosterroeping vorm kreeg, wat het voor hem betekent om monnik te zijn en hoe het abdijleven mensen ook buiten de kloostermuren kan inspireren. 

door Glenn GEERAERTS

Als ik aan het eind van de lange oprijlaan de abdij in het vizier krijg, wordt me meteen duidelijk waar Sint-Benedictusberg zijn ‘strenge’ reputatie vandaan heeft. Het bucolische landschap van Zuid-Limburg – denk: vakwerkhuisjes, grazige weilanden, oude hoeves – vormt een sterk contrast met de rechtlijnige architectuur van de abdijgebouwen die hier in de jaren zestig van de vorige eeuw werden opgetrokken. Die soberheid valt me nog meer op wanneer ik door het binnenhof naar de kerk loop. De architect, Dom Hans van der Laan, zelf monnik in Vaals, hield duidelijk niet van franjes. Het interieur is tot de essentie herleid. Soberheid kenmerkt ook de liturgie, die het Latijn als voertaal heeft. Een orgel is niet te bespeuren in de bijna kale ruimte. Alles in Sint-Benedictusberg is erop gericht om de monniken en hun gasten – mannen kunnen enkele dagen logeren binnen de slotmuren – te richten op God.  

Broeder Michaël: ‘Ik noem de natuur graag een liefdesbrief van de Schepper, bestemd voor ons. Het enige wat we moeten doen, is de brief ontcijferen …’ 

Aangetrokken door stilte 

Broeder Michaël, met zijn 42 lentes een van de jongste monniken in Vaals, zal zijn eerste kennismaking met de monniken van Sint-Benedictusberg niet gauw vergeten. ‘We werden weggestuurd’, zegt hij lachend. ‘Als jongen van zestien had ik met een vriend het plan opgevat om te overnachten in een klooster. Gewoon aanbellen, dacht ik, zo geregeld. Ik wist niet dat je vooraf een kamer moest reserveren om hier als gast te kunnen verblijven.’ Jaren later bracht zijn roeping hem opnieuw naar Vaals, zij het met een omweg: ‘Op mijn 33ste ben ik ingetreden bij de benedictijnen van Egmond, in Noord-Holland. Maar ik voelde me er niet thuis. Achteraf bekeken was ik te traditioneel, te orthodox voor die abdij. De redding kwam van onze novicemeester, die van een nieuwe kloosterstichting droomde en aan mij en een andere jonge medebroeder vroeg of we mee wilden doen. Voor het zover was, moesten we ervaring opdoen in een echte monastieke gemeenschap, vond hij. Hij stuurde ons naar Vaals … en we zijn er gebleven!’ 

Veel kloosters zijn vlak na het Tweede Vaticaans Concilie gaan experimenteren. Oude tradities werden overboord gegooid, het gregoriaans moest op de schop

‘Ik weet niet of ik hier spontaan zou hebben aangeklopt’, vertelt broeder Michaël. ‘Vaals kende ik vooral vanwege de heel sobere architectuur, die me veel te modern leek. Wat me nu dan aantrekt in deze plek? Ongetwijfeld de stilte, de monastieke sfeer, de nederigheid van de monniken. Ook de liturgie spreekt me sterk aan. Weet je, veel kloosters zijn vlak na het Tweede Vaticaans Concilie gaan experimenteren. Oude tradities werden overboord gegooid, het gregoriaans moest op de schop. Die “alles mag, alles kan”-sfeer is vaak blijven hangen, terwijl dat nooit de bedoeling is geweest van de concilievaders. Onze abdij is trouw aan de liturgievernieuwing zoals die destijds werd doorgevoerd, maar ook aan de traditie. Daarom hebben we bijvoorbeeld het Latijn behouden als taal voor alle gebedstijden en de dagelijkse mis.’ 

De door Dom Hans van der Laan ontworpen abdijkerk: geen plaats voor tierlantijntjes

Een liefdesbrief van God

Monnik worden doe je niet van de ene dag op de andere. Een kloosterroeping is een lang traject, soms hobbelig en met zijwegen, dat uit verschillende etappes bestaat. Of onze geïnterviewde als kind al ‘anders’ was, gevoeliger misschien? ‘Ik herinner me uit mijn kindertijd wel dingen die achteraf bezien mijn gang naar het monastieke leven mee hebben bepaald’, zegt hij. ‘Ik was enig kind thuis en kreeg vaak cadeautjes van mijn vader. Op zich niks mis mee, het was zijn manier om me te verwennen. Hij wilde gewoon zijn liefde tonen. Maar op de duur merkte ik dat ik eraan verslaafd begon te raken: ik wil wéér een cadeautje, en nog één … Was het een ingeving van de Heilig Geest? Op een bepaald moment werd ik me ervan bewust dat het verlangen naar materiële dingen, naar bezit, me afhankelijk maakte. Dat hebzucht en begeerte een verslavingsdynamiek teweegbrachten en me triest maakten – ook al kende ik die begrippen natuurlijk nog niet. Intuïtief voelde ik aan: dit wordt gevaarlijk. Heel mijn geluk hangt af van de hoop op telkens nieuwe cadeautjes.’ 

God zelf krijg je niet te zien, maar de natuur geeft je wel een indruk

‘Als jongetje van negen à tien jaar ontwikkelde ik een bijzondere fascinatie voor de natuur. Op m’n fietsje reed ik de stad uit om de “mensenwereld” even achter me te laten. Soms nam ik een vriendje mee, maar vaker ging ik alleen. Ik liet dan m’n fiets achter en ging aan het wandelen, in de hoop dat ik oog in oog zou komen te staan met een ree … Ik verwonderde me over hoe een boom groeit, hoe kleine vogeltjes, nog in het nest, hun bek opensperren wanneer ze gevoerd worden door hun moeder. Wat een contrast met die plastic spullen waar ik thuis zo naar uitkeek!’ Het jongetje dat z’n fiets achterlaat aan de bosrand: broeder Michaël ziet er een wenk van God in. ‘God zelf krijg je niet te zien, maar de natuur geeft je wel een indruk. In de schepping heeft Hij een spoor achtergelaten. Ik noem de natuur graag een liefdesbrief van de Schepper, bestemd voor ons. Het enige wat we moeten doen, is de brief ontcijferen … door de natuur te ervaren.’ 

Je las een fragment van een langer interview dat in het decembernummer van Maria, middelares en koningin werd opgenomen.
Zin in een abonnement? Klik dan hier voor meer info!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.