‘Leid onze voeten op de weg van de vrede.’ Met dit jaarthema gaan we straks in Banneux het nieuwe bedevaartseizoen in. In het genadejaar 2026 richten we ons met deze smeekbede tot de Maagd der Armen en tot God. Het is nodig, want als het over vrede gaat lijken we het spoor bijster te zijn. Er worden miljarden uitgegeven aan bewapening. En we weten goed genoeg waartoe wapens dienen – niet alleen om ons te verdedigen. In Oekraïne en op de vele andere plekken in de wereld waar wordt gevochten, zien we dat er dagelijks doden vallen. Afschrikking krijgt de hoogste prioriteit: ‘Als je vrede wilt, maak je dan klaar voor oorlog.’
door Leo Palm, rector
We staan mijlenver af van de vrede van Christus zoals paus Leo die op de avond van zijn verkiezing aan de wereld toewenste. In de woorden van de paus: een ‘ontwapende en ontwapenende’ vrede.
Gods belofte is uitgekomen
Voor ons jaarthema hebben we de mosterd gehaald in het Lucasevangelie. Met name in de lofzang van Zacharias (Lc 1, 68-79) vonden we de woorden die we zochten. Na het bezoek van Maria looft Zacharias, die net vader is geworden van Johannes de Doper, de Heer om zijn weldaden. ‘Hij heeft zich over zijn volk ontfermd en het verlost’, klinkt het. En ook: ‘Een reddende kracht heeft Hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar.’

Het kind dat Maria bij haar bezoek in haar schoot droeg is de langverwachte Verlosser. De profeten hebben het eeuwenlang verkondigd en nu is het eindelijk zover: Hij is onder ons. Gods belofte is uitgekomen. Dan herinnert Zacharias zich het heil dat zijn volk ten deel is gevallen: ‘Bevrijding uit de hand van onze vijanden, uit de greep van allen die ons haten.’ Na jaren van onderdrukking in Egypte zijn de Hebreeën kunnen ontsnappen uit de greep van de farao. Ze zijn weggetrokken uit het land waar ze als slaven leefden. Hun nieuwe missie is de Heer te dienen, oprecht en toegewijd, hun leven lang. De komst van Jezus is de ultieme vervulling van Gods barmhartigheid, die zijn verbond met het volk Israël niet vergeten is.
Licht of duisternis?
Het bezoek van Maria aan Elizabet staat symbool voor de heilsgeschiedenis. Maria brengt de Redder ter wereld! Maar zal die wereld Hem herkennen? Hem in de armen sluiten? Aan Elizabet en Zacharias zal het niet liggen. Ze zijn vervuld van het licht en de kracht van de Heilige Geest. Ze herkennen diegene die komt, en ze weten waartoe Hij gezonden is.
Zacharias ziet ook de rol die Johannes zal krijgen. Zijn zoontje, nu nog een baby, wordt straks de voorganger: ‘En jij, mijn kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor Hem gereed te maken.’ Aan de oever van de Jordaan zal Johannes de mensen het doopsel aanbieden als bekering en vergeving voor hun zonden. Zo kan iedereen zich voorbereiden op de komst van de Verlosser, Hij die komt in de naam van de Heer. In de woorden van Zacharias klinkt het als volgt: ‘Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel zich over ons ontfermen en schijnen over allen die in duisternis verkeren, in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’
Het ‘stralende licht uit de hemel’ zal schijnen tijdens de kerstnacht. Niet alleen Zacharias en Elizabet, ook de herders, de magiërs, Simeon en Hanna zullen in het kind van Betlehem de Verlosser herkennen. Maar veel anderen blijven in de duisternis. Ze zien het licht niet en zijn niet in staat om uit de schaduw van de dood te treden.
Jezus huilt

De vreugdevolle herkenning in het begin van het Lucasevangelie staat in schril contrast met het tragische moment van Jezus’ intocht in Jeruzalem (Lc 19, 29-44). Ook nu gaat Hij zijn volk tegemoet om het de vrede te schenken. Op de rug van een ezeltje bereikt Hij de Heilige Stad. De gewone mensen jubelen het uit: ‘Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!’ Enkele farizeeën willen dat Jezus de menigte het zwijgen oplegt. Ze zijn blind voor het stralende licht en herkennen Hem niet.
De ontvangst maakt Jezus niet euforisch, integendeel. Hij ziet de stad voor zich liggen en huilt. ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen!’ zegt Hij. ‘Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu. Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je omsingelen en je van alle kanten insluiten. Ze zullen je met de grond gelijkmaken en je kinderen verdelgen, en ze zullen geen steen op de andere laten, omdat je de tijd van Gods ontferming niet hebt herkend’ (v. 41-44). De Joden en de Romeinse bezetter zullen samenspannen tegen Jezus, het Licht van de wereld. Ze zullen Hem laten kruisigen. Wanneer Hij zijn laatste adem uitblaast op Golgota, valt duisternis over de aarde. Het is zonder twijfel het donkerste uur in de geschiedenis van de mensheid.
Je las een fragment uit een langer artikel in het maartnummer van Maria, middelares en koningin.
Benieuwd naar meer? Klik hier en ontdek onze abonnementsformules!
