In het aprilnummer van ons tijdschrift laten we enkele mannen en vrouwen aan het woord die hun roeping gevolgd zijn: een kloosterzuster, een diaken, een Congolese missionaris en een parochiepriester. Hoe geven zij in het dagelijkse leven gestalte aan hun roeping? Wat is dat, ‘geroepen zijn’? In dit blogbericht lees je de getuigenis van pater Trésor, montfortaan.
Ik groeide op in een gelovige familie in Congo. Thuis baden we dagelijks de rozenkrans met heel het gezin: vader, moeder en de vijf kinderen. We lazen ook samen de Bijbel en mama nam me elke morgen mee naar de kerk. Maar die christelijke opvoeding betekende niet dat ik van jongs af priester wilde worden. Mijn roeping kwam later, stukje bij beetje.

Tijdens de eucharistieviering keek ik goed naar de voorganger, zodat ik thuis de mis kon naspelen met mijn vrienden als kerkgangers. Wat ik me ook herinner: op een dag werd de mis afgelast omdat de priester, die veraf woonde, niet kon komen. Hij moest kilometers stappen en de regen hield hem tegen. Op dat ogenblik zei ik aan mezelf: als ik nu priester was, had ik kunnen inspringen en was de mis tóch doorgegaan. Het zijn schijnbaar onbelangrijke anekdotes, maar achteraf bekeken waren het vonkjes op mijn roepingsweg.
Wat zeker bepalend is geweest voor mijn priesterroeping, is het moment waarop ik bij het Marialegioen ben gegaan, een katholieke lekenbeweging. Ik kreeg er vorming over de rol van Maria in de Kerk, nam deel aan retraites en gebedsmomenten, en kon op die manier mijn roeping tot rijping laten komen. Tot dan was het allemaal nogal vaag. Nu kreeg ik een beter zicht op wat de Heer van mij wilde.
De dagelijkse eucharistie helpt met dichter bij God te komen
Belangrijk voor mij is dat mijn roeping niet van mezelf komt. Het is geen puur menselijk project, noch het verlangen naar deze of gene taak in de Kerk. Nee, God vertrouwt me een missie toe en geeft me de vrijheid om er ‘ja’ op te zeggen.
En kijk, intussen ben ik al drie jaar thuis in Leuven, waar ik deel uitmaak van een kleine communauteit van de montfortanen. Mijn roeping beleef ik vandaag doorheen de sacramenten. De dagelijkse eucharistie helpt me om dichter bij God te komen en om Christus tegenwoordig te stellen in de wereld. Als biechtvader mag ik bemiddelen tussen God en de mensen. Elk biechtgesprek is een moment van genade – niet alleen voor de biechteling, maar ook voor mij!
Mijn medebroeders spelen een grote rol in mijn roeping: we doen samen aan lectio divina en bidden elke ochtend de lauden. Daarnaast zijn er al die kleine gebaren die het dagelijks leven zinvol maken: een glimlach, een luisterend oor zijn, goede raad geven, maar ook nederigheid tonen en mijn eigen fouten aanvaarden. Ik wil een priester zijn zoals paus Johannes Paulus het ooit heeft omschreven: ‘Een mens voor de anderen.’
